DEN HAAG - Het kabinet heeft maandag de uitgaven online gezet die bewindslieden en topambtenaren in de afgelopen tweeënhalf jaar met creditcards van hun ministerie hebben gedaan.

Enkele media en fracties van de Tweede Kamer hadden hierom gevraagd, nadat eerder dit jaar de declaraties van ministers en staatssecretarissen al openbaar waren gemaakt op verzoek van dagblad De Telegraaf.

Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken heeft het omvangrijke pakket met creditcardgegevens, bonnen en nota's naar de Tweede Kamer gestuurd. De informatie is ook in te zien via de website van haar ministerie.

Het betreft uitgaven die sinds het aantreden van het huidige kabinet op 22 februari 2007 zijn gedaan. Ook de uitgaven van secretarissen-generaal en directeuren-generaal van de departementen en politiek assistenten van bewindslieden zijn in de overzichten opgenomen.

Etentjes

In de vele bestanden die nu zijn vrijgegeven, staan nota's voor onder meer etentjes, hotelovernachtingen en vliegreizen. Niet zichtbaar is wat iemand heeft gegeten of met wie, omdat die gegevens zijn weggelaten. Dat geldt ook voor huisadressen, privébankrekeningnummers en namen.

Op advies van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) weigert het kabinet bovendien de namen en adressen te geven van de meeste locaties waar bewindspersonen of ambtenaren regelmatig lunchen, dineren of overnachten. Volgens de NCTb kan die informatie een veiligheidsrisico opleveren.

Verschillen

Ter Horst benadrukt dat bewindspersonen en ambtenaren uitgaven doen die nodig zijn voor hun functie. Daarvoor bestaan algemene regels voor het Rijk. Maar die zijn uitgewerkt in aparte regelingen en werkwijzen voor de ministeries, wat leidt tot onderlinge verschillen.

Daardoor zitten er ook verschillen in de creditcardgegevens die openbaar zijn gemaakt. Ter Horst werkt aan een uniforme werkwijze voor de rijksoverheid.

Half miljoen

Ministers, staatssecretarissen en topambtenaren hebben in totaal voor een bedrag van 559.341,20 euro gedeclareerd.

De politieke en ambtelijke top van het ministerie van Economische Zaken declareerde het meest, ruim 89.000 euro sinds februari 2007. Andere 'grootdeclareerders' zijn te vinden bij Justitie (bijna 76.000 euro) en bij Volksgezondheid en Jeugd en Gezin: ruim 67.000 euro.

Heel zuinig zijn ze op het ministerie van Landbouw: niet meer dan 6684 euro aan declaraties. Premier Jan Peter Balkenende zei voor de zomer al dat hij niet declareerde, zijn directe medewerkers kwamen samen op een bedrag van bijna 11.000 euro.