Overheid moet oppassen met online persoonsgegevens

AMSTERDAM - De overheid moet niet klakkeloos persoonlijke gegevens van burgers op internet zetten. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) presenteerde donderdag richtlijnen voor online publicaties.

Overheden publiceren regelmatig informatie op internet in het kader van hun wettelijke openbaarmakingsplicht. Gemeenten zetten bijvoorbeeld vaak bouwaanvragen online. Regelmatig staan daar persoonlijke gegevens van de aanvrager in.

Volgens voorzitter Jacob Kohnstamm van het CBP stelt dat "burgers aan grote risico's bloot, zoals identiteitsfraude en identiteitsdiefstal".

Ongecontroleerd

Het College waarschuwt dat publicatie op internet er voor zorgt dat persoonlijke informatie wereldwijd beschikbaar is voor iedereen die er in is geïnteresseerd, en ook na verwijdering nog lang zichtbaar blijft via de archieffunctie van zoekmachines. "De persoonsgegevens van de burger gaan op die manier ongecontroleerd circuleren. Niemand heeft daarop nog enige greep, burgers zelf al helemaal niet."

Spanning

Volgens het College is er een spanning tussen de twee wetten die bij dergelijke online publicaties van toepassing zijn. Enerzijds stelt de Wet openbaarheid bestuur (Wob) dat alle overheidsinformatie in principe openbaar is, terwijl de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) juist bepaalt dat persoonlijke informatie alleen mag worden gepubliceerd wanneer daartoe een wettelijke verplichting bestaat.

Belangenafweging

De richtlijnen die het CBP donderdag presenteerde, bepleiten een belangenafweging. Volgens het CBP moeten overheden zich bewust zijn van het risico van misbruik, en zich steeds afvragen of de publicatie van persoonlijke informatie noodzakelijk is.

Het advies volgt op een eerder rapport van het CBP uit 2007. Daarin kwam de privacywaakhond al met richtsnoeren voor bedrijven en particulieren over de omgang met persoonlijke informatie op internet.

Tip de redactie