AMSTERDAM - Telecombedrijf Pretium mag de naam van toezichthouder OPTA niet meer gebruiken in verkooptelefoontjes. Dat heeft de rechtbank in Haarlem donderdag bepaald.

De rechtbank deed uitspraak in een kort geding dat twee weken eerder diende. De OPTA had de zaak aangespannen omdat Pretium de naam en reputatie van de toezichthouder zou misbruiken bij pogingen om klanten te werven.

Pretium zou in telefoongesprekken beweerd hebben dat het van de OPTA 'toestemming had gekregen om de telefoontarieven te verlagen'. Het bedrijf had eerder aan de OPTA toegezegd dat niet langer te zullen doen. Uit uitzendingen van het VARA-programma Kassa bleek in april echter dat Pretium zich niet aan die afspraak hield.

Bijval

De OPTA eiste dat Pretium de naam van de telecomwaakhond niet langer zou gebruiken, en kreeg daarin donderdag bijval van de rechter in Haarlem. Die noemde de werkwijze van Pretium "misleidende handelspraktijk" en stelde het bedrijf een dwangsom van 10.000 euro in het vooruitzicht voor iedere dag dat Pretium zich niet aan het verbod houdt.

Pretium hoeft geen rectificatie te plaatsen, zoals de OPTA had gevraagd. Daarvoor waren de geconstateerde overtredingen volgens de rechter te lang geleden.

Pretium heeft laten weten tegen de uitspraak in beroep te gaan.

Opspraak

Pretium is vaker in opspraak gekomen vanwege omstreden verkoopmethoden. In maart legde de Consumentenautoriteit het bedrijf een boete op van 87 duizend euro, omdat het bedrijf tijdens telefonische verkoopgesprekken niet duidelijk maakt namens welk bedrijf er wordt gebeld en wat het doel van het telefoontje is.