AMSTERDAM - Applicaties die door Apple zijn geweigerd in de App Store, de online winkel voor programma's op de iPhone, vinden hun laatste rustplaats op een nieuwe website.

De 'iPhone Application Graveyard' biedt een overzicht van de toepassingen die het Californische bedrijf sinds de opening van de winkel uit de virtuele schappen heeft geweerd of verwijderd. Daaronder is het peperdure 'I Am Rich', dat 999 dollar kostte en niets deed, en 'Pull My Finger', een programma'tje dat onsmakelijke geluiden voortbracht als de gebruiker aan een vinger op het aanraakscherm van het toestel trok.

Weigeren

Apple stelde zijn mobiele platform deze zomer open voor externe ontwikkelaars, die sindsdien programma's voor de iPhone kunnen ontwikkelen. Die komen dan - gratis of tegen betaling - beschikbaar in de App Store. Apple behoudt zich wel het recht voor om toepassingen te weigeren, en maakt van dat recht regelmatig gebruik.

Zo werd 'Pull My Finger' niet toegelaten omdat het volgens het bedrijf 'van beperkt nut' was, terwijl de App Store talloze andere toepassingen bevat die evenmin productiviteitverhogend lijken te zijn.

Willekeur

Critici verwijten Apple daarom willekeur. Ook menen ze dat het bedrijf zijn positie misbruikt om concurrerende software van het toestel te weren. Het bedrijf verwijderde onder meer een mailprogramma en een toepassing voor het beluisteren van podcasts, omdat die niets zouden toevoegen aan bestaande functionaliteit van de iPhone.

Trein

Als het aan de Nederlandse Spoorwegen ligt, krijgt ook de Nederlandse iPhone App 'Trein' binnenkort een plekje op het kerkhof. Het programma is een planner voor treinreizen, ontwikkeld door een Delftse student.

Volgens de NS maakt Trein inbreuk op het merkrecht van het spoorbedrijf. Ook zou het geen toestemming hebben om gebruik te maken van de gegevens op de servers van de NS. De spoorwegen werken aan een eigen iPhone-applicatie.

Investering

ICT-jurist Arnoud Engelfriet vraagt zich op zijn weblog echter af of de NS in zijn recht staat. Hij denkt dat de gegevens niet worden beschermd door het databankrecht, omdat de spoorwegen geen 'substantiële investering' heeft gedaan in de totstandkoming van de gegevens. Die zijn immers min of meer vanzelf ontstaan als bijproduct van het opstellen van de dienstregeling, betoogt hij.