AMSTERDAM - Telefoon- en internetbedrijven moeten gegevens over bel- en internetgedrag van klanten een jaar lang bewaren. Dat bleek donderdag tijdens een stemming daarover in de Tweede Kamer.

De Kamer en het kabinet konden het vorige week tijdens het debat niet eens worden over de lengte van de bewaarplicht. Het kabinet wilde dat telefoon- en internetbedrijven gegevens over bel-, surf -en chatgedrag van burgers achttien maanden zouden bewaren.

Daardoor kunnen opsporingsinstanties die gegevens nog anderhalf jaar na een misdrijf bestuderen. Volgens het kabinet kan door die bewaartermijn de aanpak van misdaad en terrorisme worden verbeterd.

Onnodig lang

Vorig week bleek dat het wetsvoorstel van het kabinet de Tweede Kamer verdeelde. De PvdA, SP, GroenLinks en de ChristenUnie vonden de termijn van anderhalf jaar onnodig lang. Volgens deze partijen zou het bewaren van de gegevens risico's met zich meebrengen voor de privacybescherming. Ook dreigden de extra kosten te worden doorberekend aan de burgers.

Zes maanden

De PvdA, SP, GroenLinks en D66 zagen meer in een maximumtermijn van zes maanden. CDA en VVD steunen de door minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin (CDA) voorgestelde termijn. De partijen in de Kamer konden het uiteindelijk eens worden over het voorstel van de ChristenUnie. Die partij stelde voor om de gegevens maximaal een jaar te bewaren.

De Europese richtlijn voor het bewaren van telecommunicatiegegevens kreeg in 2006 steun van Nederland, ondanks verzet van een Kamermeerderheid. De richtlijn bepaalt dat telecomgegevens minimaal zes maanden en maximaal twee jaar moeten worden bewaard. De meeste Europese landen kiezen voor een halfjaar.