ZOETERMEER - Drie vroegere ambtenaren van het ministerie vanOnderwijs worden ervan verdacht valsheid in geschrifte te hebbengepleegd. Minister Van der Hoeven van Onderwijs heeft dat donderdagaan de Tweede Kamer geschreven.

De ambtenaren zouden Jamby, een bedrijf van ondernemer AdamCurry, een opdracht in het vooruitzicht hebben gesteld om Kennisnette ontwikkelen. Die procedure bleek strijdig met de Europeseaanbestedingsregels.

Toen het contract niet doorging eiste Jamby aanvankelijkmiljoenen schadevergoeding en ontving na moeizame onderhandelingenuiteindelijk een miljoen gulden. Die betaling is eveneens strijdigmet Europese regels.

Onderhandelingen gestaakt

In de loop van 2000 had het ministerie uitvoerige contaten metUnited Resources of Jamby, het multimediabedrijf van Curry inAmsterdam. De onderhandelingen zijn in december 2000 van de zijdevan het ministerie gestaakt.

Naar de mening van Jamby was er een overeenkomst tot standgekomen, maar het ministerie ontkent dat. Bij de afwikkeling van dezaak hebben de ambtenaren volgens Van der Hoeven mogelijk strafbarefeiten gepleegd.

Warme belangstelling

De advocaat van de drie verdachten, P.Plasman, zeidonderdagavond in het tv-programma NOVA dat de contacten tussen hetministerie en het bedrijf van Curry de warme belangstelling haddenvan oud-minister Hermans van Onderwijs. Volgens Plasman zou Hermanssamen met zijn echtgenote op bezoek zijn geweest bij UnitedResources of Jamby (URJ).

Daarbij is onder meer gesproken over de risico's van deopdracht. "Dan moeten we dat risico maar nemen, heeft Hermansgezegd", aldus Plasman in NOVA. De advocaat zei dat zijn cliënten,die inmiddels ergens anders werken, in opdracht van hogerhandhebben gewerkt. "Dat gaat om de directeur-generaal of misschienwel hoger", zei Plasman.

De opdracht was om de bewuste miljoen gulden in partjes uit tebetalen, aldus de advocaat. Daarvoor werden facturen en offertesvoorzien van parafen en vervalste data. Volgens de brief van Vander Hoeven kwam accountantskantoor Deloitte & Touche, dat de zaakonderzocht, tot de conclusie dat de facturen en offertes "zijnopgemaakt in strijd met de werkelijkheid".