AMSTERDAM - Iedereen met een website kan daar nu kleine, interactieve programma's op zetten die zijn ontwikkeld voor vriendensite Facebook. Dat is in een felle concurrentiestrijd verwikkeld met internetgigant Google om de hegemonie op de markt voor sociale netwerken.

Facebook begon in mei 2007 aan een explosieve groei toen het besloot externe ontwikkelaars toegang te geven tot zijn site. Programmeurs van buiten het bedrijf kunnen kleine applicaties aanbieden die gebruikers in hun Facebookprofiel kunnen opnemen. Die programma's ('apps') kunnen interacteren met de site: zo zijn er apps die aan je vrienden laten zien naar welke muziek je luistert, of die je online tegen andere gebruikers laten schaken.

Critici verweten Facebook echter dat de site een 'ommuurde tuin' vormde. Gebruikers konden buiten de Facebook zelf weinig met de gegevens in hun profiel of de applicaties doen.

Blog

Daarin komt nu echter verandering. De site biedt gebruikers voortaan de mogelijkheid om Facebookapplicaties ook op andere sites te gebruiken, bijvoorbeeld op hun blog.

Voor Facebook is die stap interessant, omdat het de site in staat stelt om nieuwe gebruikers te bereiken. Om de meeste Facebookapps te kunnen gebruiken, is wel een profiel op de site nodig.

OpenSocial

Google, dat zelf geen rol van betekenis speelt op het gebied van sociale netwerken, lanceerde onlangs een initiatief om verschillende vriendensites onderling uitwisselbaar te maken. Gebruikers kunnen applicaties en gegevens op bijvoorbeeld Myspace dan ook op Hyves gebruiken.

Als reactie op dat zogenoemde OpenSocialplatform maakte Facebook toen al bekend dat het zijn apps ook op andere sites zou gaan toelaten.