AMSTERDAM - Telecom- en internetproviders worden steeds vaker onder grote druk gezet om mee te werken aan afluisterverzoeken van de politie, als daar geen juridische basis voor bestaat. Tegenover weekblad Vrij Nederland klagen ze over 'morele chantage'.

Opsporingsambtenaren kunnen bij internetproviders of telefoniebedrijven vragen om inzage in e-mails en belgegevens of het lokaliseren van gsm's, maar daarvoor is wel een bevel nodig van de officier van justitie. De telecombedrijven zijn dan verplicht om mee te werken.

Steeds vaker zouden politiemedewerkers de verzoeken echter zonder zo'n opdracht van justitie indienen. Ze zetten providers dan onder zware druk om de gegevens te verstrekken. "Er is een jonge vrouw in gevaar. Iedere minuut telt. Wil jij het op je geweten hebben dat haar iets overkomt?" Volgens Vrij Nederland werken de providers in de meeste gevallen mee.

Willekeur

Telecombedrijven als KPN en Tele2 dringen aan op afspraken. "Het is niet onze verantwoordelijkheid om mensen te redden of misdrijven te voorkomen", zegt Günther Vogelpoel in het weekblad. "Als je gaat voldoen aan modelinge vorderingen zonder rechtsgrond, dan dreigt het gevaar van willekeur. De regels zijn er niet voor niets."

Blijf-van-mijn-lijfhuis

Zijn collega Gert Wabeke van KPN memoreert een voorbeeld waarbij het bedrijf werd verzocht de lokatiegegevens van de telefoon van een vermiste vrouw te verstrekken. KPN weigerde, omdat het verzoek niet aan de regels voldeed. Uiteindelijk bleek de vrouw in een blijf-van-mijn-lijfhuis te zitten.

Naar aanleiding van het artikel, dat woensdag verschijnt, heeft minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken besloten het verstrekken van gegevens zonder gerechtelijk bevel onmiddellijk te verbieden. Maar volgens haar ministerie kunnen politiemensen providers nog wel om vrijwillige medewerking vragen. Voor Wabeke is dat onvoldoende. "Als je daarover niets op papier zet, dan blijft het zo dat wij een afweging moeten maken over het risico."