DEN HAAG - Mobiele bellers zijn de dupe geworden van afspraken die de vijf telecombedrijven in juni 2001 met elkaar hebben gemaakt. Klanten kregen daarna te maken met duurdere mobieletelefonieabonnementen. Dat stelt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in een rapport dat maandag openbaar is gemaakt.

KPN Mobile, Vodafone, Ben, Dutchtone en O2 moeten hun onoorbare gedrag bekopen met een totale boete van 88 miljoen euro. De NMa legde de boetes vorig jaar al op. De vijf bedrijven hebben inmiddels bezwaar gemaakt tegen het besluit. Een onafhankelijke commissie gaat die bezwaren en het NMa-rapport tegen het licht houden, zo zei een NMa-woordvoerster maandag. Als die commissie het NMa-besluit bevestigt, kunnen de vijf vervolgens beroep aantekenen bij de rechtbank in Rotterdam.

De NMa acht bewezen dat directeuren van de vijf bedrijven in afspraken om de standaardvergoedingen aan winkeliers die abonnementen verkopen, te verlagen. Verder wisselden zij informatie uit over de prijzen en voorwaarden van de telefoons met beltegoed (de prepaid-pakketten).

In het rapport zijn alle namen, geldbedragen en andere 'gevoelige' informatie geschrapt. Om bewijs te vergaren heeft de NMa in 2001 invallen gedaan bij de betrokken bedrijven. Ook de service-aanbieders Debitel en Talkline en de winkelketens BelCompany, T-for-Telecom en The Phone House kregen bezoek.

Op initiatief van Ben kwamen de directeuren op 13 juni samen in een congres- en partycentrum in Nieuwegein. Ben heeft verklaard te willen praten over het voorkomen van fraude met prepaid-telefoons.

Mobiel

In 2001 had 75 procent van de Nederlanders een zaktelefoon. De NMa spreekt van een geconcentreerde, verzadigde markt met sterke (prijs)concurrentie tussen de vijf aanbieders en dalende gemiddelde inkomsten per klant. Waar sprake is van een sterke marktconcentratie is het volgens de toezichthouder "des te nuttiger" om informatie uit te wisselen.

De aanbieders richten hun pijlen inmiddels niet meer op de niet-mobiel-bellende consument, maar op het afsnoepen van elkaars klanten. In 2001 stapte een kwart van de bellers over naar een andere aanbieder. Degene die als eerste de dealervergoedingen verlaagt, loopt het risico op minder klanten omdat de prijzen van de belpakketten stijgen. Gezamenlijk optrekken voorkomt dat. Tussen augustus en begin september 2001 verlaagden de vijf daadwerkelijk hun dealervergoedingen.

O2 heeft niet willen zeggen of de directeur bij de overeenkomst is geweest en beroept zich op het zwijgrecht. De NMa acht deelname echter wel bewezen. Ze baseert zich onder meer op het aantal plaatsreserveringen bij de horecagelegenheid en op inzage in de O2-agenda. Verder hebben Ben, Dutchtone en Vodafone verklaard dat alle operators voor dergelijke bijeenkomsten worden uitgenodigd. Ook is een nog niet geadresseerde conceptbrief over de lagere standaardvergoedingen van O2 aan zijn contactpersonen aangetroffen bij Ben. De officiële versies van deze brief zijn gevonden bij T-for-Telecom en The Phone House.

Pas op 1 november 2001 brachten KPN en O2 weer wijzigingen aan in de vergoedingen. De andere drie lieten de hoogte van de vergoedingen in de rest van 2001 ongemoeid. Ben en Vodafone vinden dat het gedrag van hun directeuren de bedrijven niet kan worden aangerekend. "Dat is op eigen initiatief en zonder wetenschap en goedkeuring gebeurd", luidt het verweer dat de NMa naast zich neer heeft gelegd.

De basis van de boetes wordt gevormd door 10 procent van de omzet die tijdens de overtreding is gegenereerd. Om welke bedragen het precies gaat, houdt de NMa geheim. KPN Mobile kreeg de hoogste boete: 31,3 miljoen euro. Vodafone en Ben moeten boetes van respectievelijk 24 miljoen en 15,2 miljoen euro betalen. Dutchtone moet 11,5 miljoen overmaken. De laagste boete, 6 miljoen, is voor O2.