WASHINGTON - De Verenigde Staten werkt voor het eerst aan plannen om online een offensief te voeren tegen vijandelijke staten. President Bush zou daartoe vorig jaar bevel hebben gegeven. Dat schrijft de Washington Post.

De Amerikaanse regering acht een terroristische aanval via het Internet als een reële mogelijkheid. Daarom werd kort na de aanvallen van 11 september zelfs een presidentiële adviseur voor cyberterrorisme aangesteld. De adviseur houdt zich bezig met het opstellen van plannen om cruciale netwerken tegen online aanvallen te beschermen.

Er wordt zelden openlijk gesproken over het actief voeren van een online oorlog. Een voorbeeld van een online oorlog actie is het neerhalen van servers van een vijandelijke staat.

Uit pas verschenen documenten van de Washington Post blijkt dat president Bush in juli 2002 opdracht gaf om te onderzoeken hoe en op wat voor manier zogenaamde 'cyberwapens' zouden kunnen worden ingezet. Dergelijke wapens kunnen dienen als ondersteuning voor militaire acties, door bijvoorbeeld de informatiestroom van de vijand te verstoren.

Nadelen

Het grote probleem met online aanvallen is dat er veel 'collateral damage' kan vallen. Door de sterke verwevenheid van het internet kunnen ook andere landen en bedrijven last krijgen van zo'n actie. Een denial-of-service-aanval, een klassieke manier om een netwerk onderuit te halen, heeft ook gevolgen voor de netwerken die tussen de aanvaller en het doel liggen.

Volgens de krant werken mensen van het Pentagon, FBI, CIA en de NSA samen aan de plannen. De eigenlijke 'wapens', computerprogramma's en personeel, zouden al klaar zijn. Dit verklaarde Richard Clark, tot voor kort adviseur voor cyberterrorisme. Welke mogelijkheden de V.S. bezitten, is onbekend. Volgens de Washington Post gaat het om een van de best bewaakte geheimen van het land.