Wil je beginnen met beleggen, dan denk je waarschijnlijk eerst aan aandelen, met het mogelijke vooruitzicht op flinke koerswinsten. Maar wil je wat meer risicospreiding in je portefeuille of wil je sparen voor je pensioen, dan zou je ook obligaties moeten overwegen.

Wij leggen uit hoe je een obligatieportefeuille opbouwt.

Allereerst is het belangrijk te begrijpen dat de marktrentes in tegenovergestelde richting bewegen van de obligatieprijzen. Als de marktrente daalt, zal de koers van een obligatie stijgen en als de marktrente stijgt, zal de obligatiekoers dalen.

Bedenk ook dat obligaties die een lange looptijd hebben harder zullen dalen of stijgen wanneer de marktrente daalt of stijgt dan een obligatie met een korte looptijd.

De rentes zijn dus belangrijk voor het rendement op je obligaties. De rentes in Nederland zijn momenteel erg laag in verhouding met de gemiddelde rentes in de afgelopen dertig jaar, maar al wel hoger dan de gemiddeldes in de laatste tien jaar.

Staats- of bedrijfsobligaties?

Er zijn veel verschillende soorten obligaties om uit te kiezen, waarvan de bekendste waarschijnlijk de staatsobligaties en bedrijfsobligaties zijn. Staatsobligaties van ontwikkelde economieën zijn doorgaans een veilige keuze, maar bieden daardoor wel minder rendement.

Bij bedrijfsobligaties loop je wat meer risico, omdat bedrijven nu eenmaal sneller failliet gaan dan een hele staat. De rendementen op bedrijfsobligaties kunnen oplopen tot 6 procent of zelfs 8 procent, maar daar is een reden voor: je loopt meer risico. Als ondernemingen failliet gaan, dan zullen obligatieleningen mogelijk niet meer terugbetaald kunnen worden.

Rating

Gelukkig zijn er kredietbeoordelaars als Moody’s, Standard & Poor's en Fitch die de kredietwaardigheid beoordelen van bedrijven en instellingen die obligaties uitgeven.

Zo staat een rating als AAA voor een uitstekende kwaliteit, terwijl B staat voor voldoende kwaliteit voor korte termijn, maar onzekerheid voor lange termijn. Bij een C-rating is de kans dat een onderneming overleeft zeer klein.

Het aantal bedrijven met een AAA-rating is in de laatste jaren afgenomen, maar ze bestaan uiteraard nog wel. Dit zijn doorgaans grote, winstgevende bedrijven. Unilever bijvoorbeeld heeft bij Moody’s een AAA-rating.

Zelf doen of uitbesteden?

Het is evenwel niet aan te raden om zelf obligaties uit te zoeken. Ga voor actieve of passieve obligatiefondsen, die een goed trackrecord hebben opgebouwd.

Spreiden is goed: het liefst bevat je obligatiefonds wat staatsleningen, bedrijfsobligaties (van ondernemingen die in verschillende sectoren actief zijn) en enkele wat risicovollere obligaties die mogelijk meer opbrengen.

Zo is je rendement iets hoger dan wanneer je alleen in staatsobligaties zou beleggen, maar vergeet niet: een hoger rendement betekent ook een hoger risico.

Lange of korte looptijd?

In de afgelopen eeuw heeft de obligatiemarkt niet stilgestaan. Een van de belangrijkste ontwikkelingen is dat obligaties met een lange looptijd (van meer dan tien jaar) niet automatisch méér opbrengen dan obligaties met een kortere looptijd.

De tienjaarsrentes op Amerikaanse staatsobligaties renderen bijvoorbeeld rond de 2,1 procent, terwijl Amerikaanse staatsobligaties met een looptijd van 6 maanden 2,2 procent opbrengen.

Doordat de rentes op obligaties met een lange looptijd vrijwel gelijk zijn aan die van obligaties met een korte looptijd, is het niet logisch meer om je geld voor tien jaar vast te zetten in obligaties.

Maak van deze ontwikkeling gebruik door obligaties te kopen met een looptijd van bijvoorbeeld zes maanden of een jaar. Dat geeft je ruimte om je ingelegde bedrag, inclusief rente, weer sneller te herinvesteren. Tegen de tijd dat de obligatie afloopt, kun je bovendien weer opnieuw beoordelen hoe de economie ervoor staat en op basis daarvan besluit je hoeveel geld je in obligaties wilt steken.

Obligatieladder

Door het uiteenlopen van de rendementen op korte- en langetermijnobligaties, kan de zogenoemde obligatieladder een interessante strategie zijn. Dit betekent dat je een beleggingshorizon aanhoudt van bijvoorbeeld tien jaar en vervolgens je obligaties geleidelijk laat aflopen gedurende die periode.

Je laat je obligatieportefeuille (in dit voorbeeld) dan voor 10 procent bestaan uit obligaties met een looptijd van een jaar, 10 procent uit obligaties met een looptijd van twee jaar, 10 procent een looptijd heeft van drie jaar, enzovoort.

Zo kun je een gediversifieerde portefeuille opbouwen en hoef je in de toekomst niet iedere keer te voorspellen waar het heengaat met de rente. Je behoudt de mogelijkheid om ieder jaar wat aanpassingen te doen.

Meer tools

De obligatiemarkt is in korte tijd drastisch veranderd. Hoewel dat voor de obligatiebelegger voor de nodige uitdagingen zorgt, zijn er aan de andere kant ook meer tools beschikbaar gekomen om het beleggen in obligaties juist te vereenvoudigen, denk aan ETF's.

Ook voor een obligatieportefeuille is het belangrijk om te spreiden. Je wilt je vermogen beschermen tegen inflatie en dus loont het om naast staatsobligaties ook wat risicovollere obligaties in je portefeuille op te nemen. Door voor een mandje obligaties te kiezen, ben je meteen klaar.