Het opkomendemarktenfonds van Capital Group belegt ook in westerse bedrijven die sterk groeien in de opkomende markten. Dat vermindert de risico's en komt het rendement duidelijk ten goede.

Beleggen in opkomende markten is aantrekkelijk vanwege de snelgroeiende economieën. Maar moet dat per se via lokale bedrijven? "Er zijn veel westerse bedrijven die minder dan de helft van hun omzet, maar wel bijna al hun groei uit opkomende markten halen. Die kansen willen we ook kunnen benutten," betoogt Steve Smith, investment specialist bij Capital Group.

Smith: "Bedrijven als Google en Microsoft halen minder dan 30 procent van hun omzet uit opkomende markten, maar dat aandeel groeit wel hard. We willen er vanaf het begin bij kunnen zijn als een westers bedrijf de opkomende markten als groeimarkt ontdekt. Daarom kan ons New World Fund al beleggen in een bedrijf als het minimaal 20 procent van de omzet uit opkomende markten haalt," legt Smith uit.

20 procent omzetdrempel

Dankzij die lage drempel kon bijvoorbeeld vliegtuigbouwer Airbus al in 2013 in de portefeuille van het opkomende marktenfonds worden opgenomen. Toen werd nog slechts 40 procent van de omzet uit opkomende markten gehaald, inmiddels is dat meer dan de helft.

Smith: "Voor exposure naar de trend van snelgroeiend vliegverkeer, moet je wel in een bedrijf uit een ontwikkelde markt beleggen, want in de opkomende markten zelf zijn geen grote vliegtuigbouwers te vinden. Het grootste deel van het orderboek van Airbus is afkomstig van luchtvaartmaatschappijen uit de opkomende markten."

Maar liefst zeven van de twintig grootste posities in het New World Fund, waaronder Microsoft en Google-moeder Alphabet, hebben hun notering in de oude, ontwikkelde wereld. "Ons criterium van minimaal 20 procent omzet uit opkomende markten verhoogt de opportunity set van het fonds met liefst 50 procent ten opzichte van de MSCI EM index," juicht Smith.

Meer of minder spreiding?

Maar wacht eens, verwatert op die manier de propositie van een opkomendemarktenfonds niet heel erg? Beleggers stappen immers in het New World Fund omdat ze exposure naar opkomende markten willen.

Via hun beleggingen in Amerikaanse en Europese aandelen zitten ze immers al in Facebook, Airbus en Nestlé. Door die aandelen toe te voegen, verbetert weliswaar de diversificatie van het EM-deel van de portefeuille, maar door de toenemende overlap met aandelen ontwikkelde markten neemt de diversificatie van de hele aandelenportefeuille misschien juist wel af.

Iets minder dan de helft van de bedrijven in de portefeuille van het New World Fund heeft een notering in ontwikkelde markten. In totaal halen de bedrijven in het fonds daardoor maar iets meer dan de helft van hun omzet uit opkomende markten.

Voor de bedrijven in de MSCI Index is dit 83 procent, een groot verschil. Vooral wat blootstelling aan China betreft is het verschil groot: bedrijven in de MSCI EM Index zijn voor 35,7 procent van hun omzet afhankelijk van China. Voor de bedrijven in het New World Fund is dat maar 15 procent.

Beter rendement

Het fonds mag dan inderdaad geen pure play in opkomende markten zijn, dat is volgens Morningstar-analist Mathieu Cacquineau juist de kracht van het fonds.

"Dit fonds heeft beleggers door de jaren heen aan een veel lagere volatiliteit blootgesteld dan de MSCI Emerging Markets Index, of het gemiddelde opkomende marktenfonds gedurende een conjunctuurcyclus en heeft vaak ook superieure rendement behaald," schrijft hij in zijn fondsrapport.

"Door bedrijven uit ontwikkelde markten aan de portefeuille toe te voegen, halen we weliswaar iets minder upside in bullmarkten, maar we doen we het juist beter als de markt naar beneden gaat. Als je bedenkt hoe heftig de correcties in opkomende markten kunnen zijn, verklaart dat grotendeels onze outperformance op de lange termijn," zegt Smith.

Minder risico, toch meer winst

Dat blijkt inderdaad uit de rendementscijfers: in slechte jaren waarin de MSCI EM Index met meer dan 10 procent onderuitgaat (2009, 2011, 2015 en 2018) weet het New World Fund de koersverliezen steevast te beperken.

In uitzonderlijk goede jaren (zoals 2009 en 2017) blijft het juist achter bij de opkomende marktenindex. Op lange termijn weet het fonds de MSCI EM Index te verslaan, en dat tegen een lagere volatiliteit.

"Gezien de kundige beheerders en de lage beheervergoeding, is het niet waarschijnlijk dat dit verandert," concludeert Cacquineau in zijn fondsrapport.