De afgelopen twintig jaar was april de beste maand voor aandelen. Deze traditie, gecombineerd met een geweldig eerste kwartaal, zorgt ervoor dat de bulls in de markt op zoek gaan naar aandelen om in de komende maanden voort te bouwen op de rally.

Dat meldt MarketWatch. Sinds 1999 is de S&P 500-index gemiddeld met 1,7 procent gestegen tijdens de maand april, volgens LPL Financial.

"De kracht van Amerikaanse aandelen in april was vooral duidelijk in de huidige bull-markt", schreef Ryan Detrick, senior marktstrateeg voor LPL financial. "De Dow-Jonesindex is in de afgelopen dertien jaar hoger gesloten in april, terwijl de S&P 500 in twaalf van de afgelopen dertien jaar in april met winst is gesloten."

Lente in de bol?

Het is volgens Detrick moeilijk om te zeggen wat de positieve seizoensinvloed op dit punt in het jaar heeft veroorzaakt. "Investeerders zouden opgelucht adem kunnen halen na het eerste kwartaal, managers zouden aan het begin van een nieuw kwartaal portefeuilles kunnen herverdelen, of misschien dat de komst van de lente en warmer weer zorgen voor een goed humeur."

Volgens analisten die het zonnig inzien is er reden om hoopvol te zijn dat aandelen ook later in het jaar goed zullen presteren, gezien de 13,1 procent stijging van de S&P 500 in het eerste kwartaal - de beste kwartaalprestatie in bijna tien jaar.

Detrick wees erop dat een sterk eerste kwartaal vooral bevorderlijk is voor de maand april, daar sinds 1950 de aandelen hoger zijn gesloten in april als ook januari, februari en maart positief eindigden. De gemiddelde stijging in april voor die jaren was 2,6 procent.

Nooit negatief geëindigd

Jeffrey Hirsch, redacteur van de Stock Trader's Almanac, merkte in een recente blogpost op dat sinds 1949 de S&P 500 nooit negatief is geëindigd na een winst in het eerste kwartaal van meer dan 5,4 procent. Hirsch stelde dat in slechts twee van deze 21 jaren de daaropvolgende negen maanden van het jaar een negatief rendement opleverden: in 1987 en 1956.

In deze gevallen zouden investeerders deze verliezen kunnen wijten aan zeldzame gebeurtenissen, zoals de beurskrach op Black Monday in 1987, terwijl in 1956 geopolitieke onrust werd veroorzaakt door de Sovjet-inval in Hongarije, de Suezkanaalcrisis en de Tweede Arabisch-Israëlische oorlog, schreef Hirsch.

Volgens Hirsch voedt het geweldige eerste kwartaal ongetwijfeld de positieve verwachtingen voor de rest van het jaar.