Ondanks de rally op de wereldwijde aandelenmarkten kampt de investment banking-tak van UBS met een van de slechtste eerste kwartalen van de afgelopen jaren. De bank verwacht dat de inkomsten met ongeveer een derde zullen dalen ten opzichte van een jaar geleden.

Dat zei bestuursvoorzitter Sergio Ermotti van de Zwitserse bank UBS tegen Cnbc. "Ik denk dat het naast de macro- en geopolitieke uitdagingen die we allemaal kennen, ook ontbrak aan positieve seizoensgebonden effecten", aldus Ermotti.

Het eerste kwartaal van 2018 was volgens hem "uitzonderlijk", voor de industrie als geheel en voor UBS in het bijzonder. De Zwitserse zakenbank zag de nettowinst toen met maar liefst 19 procent stijgen. Dat was grotendeels te danken aan de divisie investment banking, die bedrijven en overheden helpt om kapitaal aan te trekken.

In het lopende kwartaal zal de omzet van de investment banking-tak echter met ongeveer een derde dalen ten opzichte van 2018, zo verwacht Ermotti.

Rally gepaard met lagere volumes

Vanwege de sterke prestaties in het eerste kwartaal van vorig jaar, valt de vergelijking met dit jaar dus een beetje ongustig uit.

Dat de investment banking-tak nu een stapje terug moet doen lijkt opmerkelijk, aangezien de aandelenmarkten flink zijn hersteld sinds de jaarwisseling. Maar volgens de UBS-baas ontbreekt momenteel de overtuigingskracht bij zowel institutionele als particuliere beleggers. "De Chinese markt is met 25 procent gestegen en de beurzen van Hongkong en de VS staan ook hoger, maar de volumes die deze rally ondersteunen zijn er niet."

De beursrally zou verder kunnen gaan omdat verschillende investeerders nog steeds aan de zijlijn staan. Uit een recente enquête van Bank of America Merrill Lynch blijkt dat fondsbeheerders het minste geld aan aandelen hebben toegewezen sinds oktober 2016.

Gezien de winst van de markt dit jaar, kunnen beleggers die aan de zijlijn staan alsnog worden gelokt om hun aandelenposities te vergroten, waardoor de beurskoersen verder kunnen oplopen.

Renteverhogingen blijven uit

Beleggers letten vooral op het rentebeleid van de Amerikaanse Federal Reserve (Fed). De Fed hield deze week de rente conform verwachting ongewijzigd, maar verraste veel beleggers door aan te kondigen dat er dit jaar geen nieuwe renteverhogingen meer zullen komen.

Drie maanden geleden gaf de Fed nog aan twee renteverhogingen te voorzien in 2019, na vier renteverhogingen in 2018.

Tegenwind

De koerswijziging van de Fed is volgens Ermotti een potentiële tegenwind voor de financiële sector. "We sloten 2018 af met de verwachting dat de Fed dit jaar een paar keer de rente zou verhogen, nu is het vrij duidelijk dat ze een pauze zullen inlassen. Ook de ECB heeft haar standpunt gewijzigd".

Oplopende rentetarieven zijn gunstig voor banken, omdat ze in staat zijn om geld uit te lenen aan klanten tegen een winstgevend tarief. Lagere rentetarieven daarentegen beperken het vermogen van de bank om winst te maken, waardoor de marges onder druk komen te staan.