Toenemende ongelijkheid en trage groei zijn de oorzaken van publieke ontevredenheid in ontwikkelde economieën, en dan vooral in de Verenigde Staten. Deze problemen zijn zelf echter de symptomen van een onderliggende kwaal die het Amerikaanse politieke systeem mogelijk niet zelf kan aanpakken.

Dat schrijft Nobelprijswinnaar en hoogleraar aan de Columbia University, Joseph E. Stiglitz, op Project Syndicate.

De ontwikkelde economieën van de wereld lijden volgens de econoom aan een aantal diepgewortelde problemen. In de VS is de ongelijkheid het hoogst sinds 1928, en de economische groei blijft jammerlijk achter in vergelijking met de decennia na de Tweede Wereldoorlog.

Na de belofte van een jaarlijkse groei van 4 procent, 5 procent en zelfs 6 procent hebben de Amerikaanse president Donald Trump en zijn Republikeinse aanhangers in het Congres slechts ongekende begrotingstekorten geleverd. Daarnaast voorspelt het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een groei van de Amerikaanse economie van 2,5 procent in 2019 en 1,8 procent in 2020, na een groei van 2,9 procent in 2018.

Grote ongelijkheid

Verschillende factoren dragen volgens Stiglitz bij aan het probleem van lage groei en grote ongelijkheid van de Amerikaanse economie. Zo hebben Trump en de slecht ontworpen belastinghervorming van de Republikeinen de bestaande tekortkomingen in de belastingwetgeving verergerd. Hierdoor zijn er nog meer inkomsten naar de hoogste inkomens gegaan.

Tegelijkertijd wordt er niet op de juiste manier omgegaan met de globalisering en blijven financiële markten gericht op het behalen van winsten in plaats van nuttige diensten te bieden.

Marktmacht

Een nog dieper en fundamenteler probleem is volgens Stiglitz de groeiende concentratie van marktmacht. Dit stelt dominante bedrijven in staat hun klanten uit te buiten en hun werknemers onder druk te zetten. CEO's en topbestuurders zorgen in toenemende mate voor hogere lonen voor zichzelf ten koste van werknemers en investeringen.

Naarmate de marktmacht van grote bedrijven groter is geworden, nam ook de mogelijkheid toe om de politiek te beïnvloeden. En naarmate het systeem meer in het voordeel van het bedrijfsleven terecht is gaan werken, is het voor gewone burgers veel moeilijker geworden om verhaal te halen.

Heersende houding bedrijfsleiders

Meerdere krachten jagen volgens de hoogleraar de toename van marktmacht aan. Een daarvan is de groei van sectoren met grote netwerkeffecten, waar een enkele onderneming - zoals Google of Facebook - gemakkelijk kan domineren.

Een andere kracht is de heersende houding van bedrijfsleiders, die veronderstellen dat marktmacht de enige manier is om duurzame winst te garanderen. Of zoals durfkapitalist Peter Thiel het uitdrukte: "concurrentie is voor verliezers".

In het creëren van marktbelemmeringen om elke vorm van zinvolle concurrentie te voorkomen, wordt het Amerikaanse bedrijfsleven geholpen door lakse handhaving van bestaande mededingingswetgeving en het niet updaten van die wetten. Als gevolg hiervan neemt het aandeel nieuwe bedrijven in de VS af.

Geen goed teken

Dit is volgens Stiglitz geen goed teken voor de Amerikaanse economie. Toenemende ongelijkheid houdt in dat de totale vraag daalt, omdat degenen aan de top van de welvaartsverdeling een kleiner deel van hun inkomen consumeren dan mensen met meer bescheiden middelen.

Bovendien vermindert marktmacht aan de aanbodzijde de prikkels om te investeren en te innoveren. Politieke investeringen in het verkrijgen van lagere belastingen leveren een veel hoger rendement op dan reële investeringen in machines en installaties

Daarnaast betekent Amerika's lage belastingtarief een gebrek aan geld voor investeringen in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en fundamenteel onderzoek dat nodig is om toekomstige groei te waarborgen.

Macht en ongelijkheid

Het beleid voor het bestrijden van economisch schadelijke machtsonevenwichtigheden is volgens Stiglitz eenvoudig. "In de afgelopen halve eeuw hebben de economen van de Chicago School - in de veronderstelling dat markten over het algemeen concurrerend zijn - de focus van het mededingingsbeleid alleen maar beperkt tot economische efficiëntie, in plaats van bredere zorgen over macht en ongelijkheid."

De ironie is volgens de Nobelprijswinnaar dat deze veronderstelling dominant werd in beleidskringen, juist op het moment dat economen haar tekortkomingen begonnen te onthullen.

Europa moet voortouw nemen

Volgens Stiglitz dient de wet te worden aangepast aan de economie van de 21ste eeuw. Concurrentiebeperkende praktijken moeten volgens hem onwettig zijn. En daarnaast zijn er nog tal van andere veranderingen nodig om de Amerikaanse antitrustwetgeving te moderniseren.

De uitdaging, zoals altijd, is volgens de hoogleraar de politiek. Maar doordat Amerikaanse bedrijven zoveel macht hebben vergaard, is er reden om eraan te twijfelen of het Amerikaanse politieke systeem in staat is om zichzelf te hervormen.

"Voeg daarbij de globalisering van de macht van bedrijven, de deregulering en het vriendjeskapitalisme onder Trump toe, en het is duidelijk dat Europa het voortouw zal moeten nemen", concludeert Stiglitz.