Het is twintig jaar geleden dat de euro werd gelanceerd. Over de vraag of de eenheidsmunt goed is geweest voor de regio en of de Europese munt nog twintig jaar ongeschonden kan overleven, wordt verschillend gedacht.

Cnbc maakte een overzicht hoe het de euro is vergaan en wat de toekomst zou kunnen brengen. Over een ding lijken de kenners het echter eens: het is te laat om het europroject terug te draaien.

Experiment

Een Economische en Monetaire Unie (EMU) was lange tijd een ambitie van de Europese politici en werd gezien als een natuurlijke stap vooruit naar het ideaal van een steeds grotere eenheid. Daarom werd in januari 1999 de euro in het leven geroepen - een uniek experiment waarbij landen in Europa hun nationale valuta opgaven en de controle over hun monetaire beleid overdroegen aan de Europese Centrale Bank (ECB).

De ECB was een jaar eerder opgericht om het monetaire beleid voor de eurozone te bepalen en te beheren en had de hoofdverantwoordelijkheid om prijsstabiliteit te handhaven met een inflatiedoel van rond 2 procent. Twintig jaar later wordt de euro gebruikt door meer dan 340 miljoen Europeanen. 

De monetaire unie is vanaf het begin getest. Eerst met de wereldwijde financiële crisis en de daaropvolgende schuldencrises in de eurozone, waarbij werd getest hoe ver de politici van de regio bereid waren te gaan om de eurozone te redden.

Belangrijkste prestatie: hij is er nog

"De belangrijkste prestatie van de euro is dat de munt er nog steeds is, en het is zeer waarschijnlijk dat de munt zal blijven", zei Constantine Fraser, analist Europese politiek bij TS Lombard. "Dit enigszins gekke project van een supranationale muntunie met enorm verschillende economieën bestaat 20 jaar en bracht deze economieën en landen dichter bij elkaar."

De grootste impact van de euro in de regio is volgens Fraser dat het de kosten van het terugdraaien van het Europese project enorm heeft verhoogd. "Zelfs de meeste eurosceptici kunnen zien dat de kosten van een exit voor een staat uit de eurozone enorm zijn, en het enige echte alternatief voor een exit is dat er verdere integratie moet zijn. Ze hebben het idee opgegeven om de klok terug te draaien naar een tijd vóór de gemeenschappelijke valuta." 

De voordelen van de euro kwamen in de beginjaren tot uiting door het wegnemen van transactiekosten (de kosten van het omwisselen van valuta), verhoogde prijstransparantie en de vereenvoudiging en stabilisering van grensoverschrijdende handel en investeringen. 

One-size-fits-all niet geschikt

De euro heeft ook nadelen met zich meegebracht. Volgens critici is de 'one-size-fits-all'-benadering niet geschikt voor een regio met enorme verschillen in de economieën van de lidstaten. Het verlies van een onafhankelijk monetair beleid betekent ook dat leden hun eigen valuta niet kunnen devalueren om het concurrentievermogen te herstellen. 

Regels voor begrotingstekorten, die in wezen beperken wat landen kunnen lenen, hebben ook geleid tot kritiek dat het voor deze landen moeilijker is om economisch herstel te bewerkstelligen en dat zij vervolgens hun toevlucht moeten nemen tot bezuinigingsmaatregelen, die zelf recessies kunnen veroorzaken.

Ondanks dat de kosten voor het verlaten van de eenheidsmunt hoog zijn, hebben recessies en crises binnen de economieën van de eurozone geleid tot enige nostalgie naar de oude nationale valuta en tot verzet tegen het verlies van economische onafhankelijkheid.

Problemen niet voorzien

Economen zijn het er over eens dat veel van de problemen die de euro en de eurolanden hebben ervaren niet waren voorzien door de bedenkers ervan. De monetaire unie wierp ook uitdagingen op die de Europese economieën niet eerder hadden meegemaakt, aldus Felix Huefner, senior Europese econoom bij UBS.

"In de jaren 90 waren de uitdagingen (voor Europese landen) meer gericht op wisselkoersvolatiliteit. Na het vastleggen van de wisselkoersen ten opzichte van de euro in 1999, moesten alle aanpassingen in het concurrentievermogen intern gebeuren met loonmatiging en structurele hervormingen. Een les van de afgelopen 20 jaar is dat dat moeilijker is gebleken dan aanvankelijk gedacht", aldus Huefner.

Economen David Mackie en Greg Fuzesi van JPMorgan merken op dat de rol van de ECB in de monetaire unie zich ontwikkelde in het eerste decennium van haar bestaan.

Toenemende spanningen onder de oppervlakte

"In het eerste decennium bereikte de ECB haar doelstellingen, althans in termen van groei en inflatie, maar onder de oppervlakte namen de spanningen in het eurogebied toe in de vorm van grote financiële onevenwichtigheden, aangedreven door buitensporige schuldfinanciering in Spanje, Portugal, Griekenland en Ierland."

Gedurende het hele tweede decennium, van 2009 tot en met 2018, had de ECB volgens de JPMorgan-economen te maken met de macro-economische consequenties van het wegwerken van de onevenwichtigheden die in het eerste decennium waren ontstaan.

Bestaanscrisis

De soevereine schuldencrisis heeft aangetoond dat de eurozone is opgezet zonder dat er voldoende aandacht is geschonken aan de instellingen die een valuta nodig heeft, verklaarde Fraser van TS Lombard, die eraan toevoegde dat dit een 'existentiële crisis' veroorzaakte voor de valuta tussen 2010 en 2015, waarbij het europroject in 2011-2012 volledig uit elkaar dreigde te vallen.

De euro werd gered doordat ECB-president Mario Draghi in juli 2012 de markten verzekerde dat hij "alles zal doen" om de munt overeind te houden. Een week later kondigde de ECB een programma aan om indien nodig de obligaties van noodlijdende eurolanden op te kopen.

"De belofte van Draghi om alles te doen wat nodig is gaf de eurozone de bescherming van de centrale bank die het nodig had, en het was ook een belangrijk symbolisch moment om duidelijk te maken dat de eurozone niet zou verdwijnen", aldus Fraser.

Buitengewone maatregelen

Eind 2014 startte de ECB met een reeks programma's voor het kopen van obligaties, die veranderden in een volledig kwantitatief versoepelingsprogramma (QE) voor de aankoop van activa dat pas in december 2018 werd beëindigd. Het idee van QE was het vergroten van de geldhoeveelheid in de eurozone. Aan het einde van het QE-programma heeft de ECB meer dan 2 biljoen euro aan activa opgebouwd.

Hoewel het opkoopprogramma de eurozone hielp om te herstellen van de crisis, maakte de economische onrust in de regio duidelijk dat meer institutionele hervormingen en meer integratie nodig waren om toekomstige financiële schokken te voorkomen of te beperken.

Ter verbetering van de manier waarop reddingsoperaties worden behandeld, is het Europees stabiliteitsmechanisme opgericht. Ook werd in 2012 een bankenunie gestart, zodat Europese banken meer toezicht en regels van de ECB zouden krijgen. 

Nog niet voltooid

"We hebben de oprichting gezien van een bankenunie met gemeenschappelijk (bank) toezicht en een resolutiefonds (het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds), maar er bestaat nog steeds geen Europees depositoverzekeringsstelsel", aldus Huefner.

Veel analisten beweren dat de eurozone een fiscale unie moet worden - een gecentraliseerde aanpak van het verzamelen van inkomsten en uitgaven die een gedeelde begroting, begrotingsdiscipline en gedeelde schuld met zich meebrengt - evenals een monetaire unie, om te overleven.

Hoewel een fiscale unie wordt gezien als een logische stap in de zoektocht naar steeds nauwere economische en politieke banden, en wordt gepromoot door de Franse president Emmanuel Macron, is het niettemin controversieel. Critici zeggen dat het meer soevereiniteit toekent aan de eurozone en het vermogen van regeringen wegneemt om landspecifieke bestedings- en schuldniveaus vast te stellen.

Ook is Duitsland, dat momenteel lage leenkosten heeft, minder enthousiast over een schuldverdeling in de regio. Tegen deze achtergrond van verzet tegen meer fiscale integratie, concludeert Huefner dat de eurozone nog niet compleet is.

Politiek in plaats van economisch project

Huefner merkt daarbij wel op dat het project in de eurozone in wezen een politiek project is in plaats van een economisch project en dat er een toezegging is om te zorgen voor het overleven ervan.

Na een decennium van herstel van de financiële crisis, is politieke instabiliteit nu een grotere en meer onvoorspelbare bedreiging in de eurozone, verklaren de economen Fuzesi en Mackie van JPMorgan. "De belangrijkste uitdaging van het derde decennium van de ECB is waarschijnlijk om het voortbestaan te verzekeren van de monetaire unie, niet als gevolg van de stress op de financiële markten, maar tegen de achtergrond van aanzienlijke populistische druk."

Italië het grootste probleem

Volgens Fraser is Italië het grootste probleem in de eurozone. "Het kan niet groeien, het heeft een krakende economie, het kan de concurrentie met China niet aan en het heeft een vergrijzende bevolking. Als het een eigen valuta zou hebben, zouden ze deze kunnen devalueren en competitiever worden, maar dat kan niet met de euro."

Daarnaast voelen Europeanen zich volgens Fraser nog niet Europees genoeg om grote fiscale overdrachten van het ene deel van de eurozone naar het andere te accepteren.

"De eurozone is onvolledig, het heeft veel problemen en moet meer integreren. Het kan niet stilstaan anders zou het kunnen omvallen. Er is de politieke wil om te zorgen dat het overleeft, maar hoe snel het kan bewegen naar meer integratie is onbekend."