De geschiedenis blijkt een bijzonder slechte raadgever als het om sectorbeleggen gaat. Een snelle groei van een sector is namelijk nooit duurzaam gebleken.

Dat schrijft IEXProfs.nl. Ooit waren banken toonaangevend op de aandelenbeurs. Daarna werden gouden bergen verwacht van spoorwegmaatschappijen. Rond de millenniumwisseling was het juist telecom en informatietechnologie wat de toekomst had. De enige constante is dat op de beurs geen enkele sector dominant blijft.

Dit blijkt uit een oogstrelende beeldgrafiek van visualcapitalist.com. Daarin is de weging van diverse sectoren over de beursgeschiedenis van de Verenigde Staten in beeld is gebracht. In de eerste jaren na de opening van de beurs rond 1800 waren hoofdzakelijk banken genoteerd.

Van transport naar telecom

De dominante positie van financiële instellingen werd medio jaren vijftig van de negentiende eeuw overgenomen door transportbedrijven, vooral spoorwegmaatschappijen. Geleidelijk aan kwamen ook andere sectoren op, maar rond 1900 werd de helft van de marktkapitalisaties van genoteerde bedrijven nog altijd bepaald door banken en transport.

Energiebedrijven, lees oliemaatschappijen, waren nooit zo dominant als medio jaren twintig in de vorige eeuw. Net voor het uiteenspatten van de internetbubbel in het jaar 2000 maakten telecombedrijven en bedrijven die zich bezig hielden met informatietechnologie meer dan de helft van de totale beurswaarde uit.

In de loop van de geschiedenis hebben zowel energiebedrijven als mijnbouwbedrijven periodes gehad waarin het belang 20 procent of meer bedroeg. Telecombedrijven bereikte begin 2000 een piek van bijna 30 procent.

Tech opvallend niet-dominant

Ondanks de dominante positie van bedrijven als Apple, Google, Microsoft en Facebook heeft de infotech-sector op dit moment een belang van ongeveer 10 procent, nog niet de helft van het belang van de sector op de hoogtijdagen van de internetboom.

Het huidige beeld is diverser dan ooit. Financiële instellingen zijn opnieuw het belangrijkste. In 1900 bedroeg de weging voor de financiële sector 20 procent. Medio jaren zestig daalde het belang van de sector tot ongeveer 7 procent, een historisch dieptepunt. Eind vorig jaar was de sector feitelijk weer terug op het niveau van begin vorige eeuw (19 procent).

Het belang van transportbedrijven is in de loop der decennia verschrompeld. Ten tijde van de crisis van de jaren dertig in de twintigste eeuw bedroeg de weging van de sector nog 10 procent. In de afgelopen decennia is het belang niet boven 5 procent uitgekomen.

Meeste stabiele sector?

Sectoren als gezondheidszorg, infotech, telecom, energie, mijnbouw, supermarkten, industrie en producenten van consumentengoederen maken op dit moment ieder ongeveer 10 procent van de beurs uit. Het levert een gemêleerd beeld op dat historisch gezien in ieder geval uitzonderlijk is.

Of beleggers iets aan deze informatie hebben is de vraag. Een snelle groei van een sector is in het verleden vrijwel nooit duurzaam gebleken. De meest stabiele groeisector van de afgelopen eeuw is gezondheidszorg, een sector die tot het einde van de Eerste Wereldoorlog niet vertegenwoordigd was op de Amerikaanse beurs. Maar sinds begin jaren negentig schommelt het belang van de sector rond de huidige 10 procent.

De meest voor de hand liggende conclusie is dat de geschiedenis de sectorbelegger niet veel te leren heeft. Ook hier geldt dat rendement uit het verleden, of beter gezegd sectorweging, geen betrouwbare indicator is voor de weging in de toekomst.