Na tien jaar lijkt de opmars van de beurzen te haperen. De angst voor een berenmarkt neemt toe. Maar hoe erg is een terugval eigenlijk? En wat is verstandiger: uit voorzorg uitstappen of blijven zitten? Tien zaken die u moet weten over marktcorrecties.

De drie belangrijkste aandelenindices op Wall Street zijn de afgelopen weken flink onderuit gegaan. Voor de Nasdaq Composite en de S&P 500 is officieel al sprake van een correctie, wat neerkomt op een daling van 10 procent ten opzichte van het piekniveau. De Dow Jones-index schuurt daar tegenaan.

Beleggers zijn dus duidelijk nerveus. Maar is dat terecht? De beleggingswebsite The Motley Fool somt een reeks feiten op over correcties die van belang zijn om te weten. We lichten er tien uit.

1. Marktcorrecties komen vaker voor dan u denkt

Correcties (koersdalingen van 10 procent of meer ten opzichte van een recent piekniveau) zijn minder bijzonder dan vaak wordt gedacht.

Sinds 1950 heeft de S&P 500 al 37 correcties doorgemaakt en daarnaast nog diverse andere dalingen van 8 tot 9 procent, zo blijkt uit cijfers van Yardeni Research. Dat komt neer op bijna één correctie in de twee jaar.

2. Ze zijn lastig te voorspellen

Het is vrijwel onmogelijk om te voorspellen wanneer een correctie zich aandient.

Voor lange-termijnbeleggers maakt dat per saldo weinig uit. Wie op 1 januari 1995 een ETF op de S&P 500 had gekocht en deze twintig jaar had aangehouden, had hierop een cumulatief rendement behaald van 555 procent. Dat komt neer op een gemiddeld rendement van 9,9 procent per jaar, ondanks de IT-bubbel en de crisis, die in deze periode plaatsvonden.

Maar als diezelfde belegger, uit angst voor een recessie, tussentijds aan de zijlijn had gestaan en hierdoor de tien meest lucratieve handelsdagen had gemist, zou het rendement een stuk lager zijn geweest: 191 procent.

De markt proberen te timen kan dus slecht uitpakken.

3. Alleen korte-termijnbeleggers worden geraakt

Voortbordurend op het vorige punt: alleen beleggers die zich richten op de korte termijn worden geraakt. Zij hebben de neiging om in paniek hun stukken met verlies te verkopen, uit angst voor nog grotere klappen.

Langetermijnbeleggers daarentegen wachten tot de storm weer overwaait en pikken de draad daarna weer op.

4. We kunnen vooraf nooit voorspellen hoe diep de neergang is

Correcties zijn niet alleen lastig te timen; we weten vooraf ook nooit hoe fors de koersdalingen zullen zijn. De afgelopen 31 jaar zijn bij slechts twee correcties de beurzen in een berenmarkt terecht gekomen, wat neerkomt op een daling van minimaal 20 procent ten opzichte van de piek. Gemiddeld belanden de markten ongeveer één keer in de tien jaar in een berenmarkt.

Dit gebeurde overigens vóór de jaren negentig vaker dan nu. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat particuliere beleggers dankzij internet beter toegang hebben tot informatie.

5. De oorzaak van een recessie weten we pas achteraf

Oplopende rentes, een handelsoorlog, de Brexit, de begrotingsperikelen in Italië, geopolitieke spanningen... Er kunnen tientallen redenen worden aangevoerd waarom de markt gaat crashen. Maar de exacte oorzaak kunnen we pas achteraf vaststellen.

6. Correcties duren gelukkig maar kort

Beurscorrecties hakken er behoorlijk in. Maar het goede nieuws is dat ze vaak snel weer voorbij zijn.

Van de laatste 36 correcties van de S&P 500 duurden er 22 (ofwel 66 procent) 104 dagen of korter. Slechts zeven marktcorrecties hielden langer dan een jaar aan. De afgelopen zestien jaar hebben slechts twee correcties langer dan tien maanden geduurd: de IT-bubbel en de kredietcrisis. De storm waait dus meestal redelijk snel weer over.

7. Ze worden vaak gedreven door emoties

Beleggers zijn niet altijd rationeel. Vooral tijdens correcties krijgen emoties vaak de overhand. Als de beurzen dalen, is de volatiliteit vaak hoger dan bij een opgaande beurs. Beleggers - vooral de groep die is gefocust op de korte termijn - verkopen dan in paniek hun stukken.

8. Correcties zijn een mooie gelegenheid om uw portefeuille tegen het licht te houden

Het is sowieso verstandig om uw beleggingsportefeuille met enige regelmaat tegen het licht te houden. Maar een recessie vormt misschien wel een extra goed aanleiding om te kijken of de redenen waarom u voor bepaalde aandelen heeft gekozen nog steeds opgaan.

Dit hoeft niet altijd te leiden tot verschuivingen in uw portefeuille. Als de fundamentals van een bedrijf nog steeds goed zijn, is er geen reden om die aandelen te verkopen.

9. Dividend- en waarde-aandelen doen het relatief goed

Veel beleggers maken tijdens onzekere beurstijden en bij oplopende rentetarieven een draai van groei- naar waarde-aandelen. Deze doen het tijdens een recessie dan ook vaak beter dan de markt.

Dat geldt ook voor aandelen met een hoog dividendrendement. Bedrijven die veel dividend uitkeren zijn doorgaans wat stabieler en winstgevender en hebben vaak een bedrijfsmodel dat minder hard wordt geraakt bij economische tegenwind.

Daarnaast helpt het dividend natuurlijk om papieren koersverliezen deels goed te maken.

10. De tijd is je vriend

Resultaten uit het verleden bieden natuurlijk geen garantie voor de toekomst, maar tot nu toe zijn beleggers met een lange adem altijd beloond. De laatste 36 correcties van de S&P 500 zijn volledig ongedaan gemaakt door een stierenmarkt die daarop volgde.

Beleggers die aandelen van een hoge kwaliteit kopen en deze langere tijd aanhouden, behalen over de langere termijn vaak mooie rendementen. Knoop daarom het gezegde 'wie geschoren wordt moet stilzitten' goed in uw oren.