De impact van een recessie in China op de wereldeconomie zou weleens groter kunnen zijn dan verwacht. Daarvoor waarschuwt Harvard-econoom Kenneth Rogoff op de gezaghebbende opiniewebsite Project Syndicate.

De meeste economen voorspellen dat de bij een Chinese recessie de pijn meer tot de regio beperkt zal zijn dan bij een eventuele diepe recessie in de Verenigde Staten. Maar Rogoff, hoogleraar economie aan de universiteit van Harvard, zet hier vraagtekens bij.

Extra harde klap

Ten eerste kan het effect van een recessie op de internationale kapitaalmarkten volgens hem veel groter zijn dan de koppelingen in de Chinese kapitaalmarkt suggereren. Beleggers zijn nu al zenuwachtig over de vooruitzichten van de winstgroei. Als de Chinese economische groei een deuk oploopt, maakt dat de situatie volgens hem alleen maar erger.

Beleggers maken zich ook zorgen over de stijgende rente. Deze kan niet alleen de consumptie en investeringen onder druk zetten, maar ook de marktwaarde aantasten van bedrijven (met name in de technologiesector), waarvan de toekomstige waarderingen sterk afhankelijk zijn van winstgroei. Een Chinese recessie kan ook die situatie verslechteren.

Risico op oplopende rente

Rogoff heeft waardering voor de Keynesiaanse theorie dat wanneer ergens in de wereld een economische groeivertraging plaatsvindt, dit leidt tot een lagere totale vraag in de wereld en dat hierdoor de algemene rentetarieven onder druk kunnen komen.

Maar de situatie ligt volgens hem iets genuanceerder. "De hoge Aziatische spaarrentes in de afgelopen twee decennia waren een belangrijke bepalende factor voor het lage niveau van reële (voor inflatie gecorrigeerde) rentetarieven in zowel de Verenigde Staten als Europa", zo schrijft Rogoff. Dit is volgens hem te wijten aan het feit dat de onderontwikkelde Aziatische kapitaalmarkten het overschot aan spaargeld simpelweg niet constructief kunnen absorberen.

Een Chinese groeivertraging die zich over Azië verspreidt zou dus weleens kunnen resulteren in hogere wereldwijde rentetarieven, in plaats van lagere, zoals vaak wordt verwacht. Dit risico ziet Rogoff vooral als een tweede Aziatische financiële crisis leidt tot een sterke afname van de reserves van centrale banken. Dit zou een dubbele klap zijn voor de wereldwijde kapitaalmarkten.
 
Het effect van een significante stijging van de wereldwijde rentetarieven zou voor veel landen weleens groter kunnen zijn dan de impact van een lagere import naar China, zo vreest Rogoff.

Hoge schulden

Een ander zorgpunt betreft de hoge schulden. Toen in de ontwikkelde landen tien jaar geleden een financiële crisis uitbrak, wisten opkomende markten zich relatief snel te herstellen, dankzij de lage schuldniveaus en de sterke grondstoffenprijzen.

Anno 2018 zijn de schuldenniveaus echter aanzienlijk gestegen. Een scherpe stijging van de wereldwijde reële rentetarieven zou er bijna zeker toe leiden dat de huidige crisis in landen als Argentinië en Turkije zich kan verspreiden naar andere landen.

Ook de VS is hiervoor niet immuun. Op dit moment kan de VS de tekorten financieren tegen relatief lage kosten. Maar veel leningen hebben een relatief korte looptijd. Dat betekent dat een rentestijging er al snel toe leidt dat de schuldenlast de benodigde uitgaven op andere terreinen verdringt.

Handelsoorlog

Tegelijkertijd dreigt ook de handelsoorlog van president Donald Trump de dynamiek van de Amerikaanse economie te ondermijnen. Er is echter nog wel een kans dat de VS en China een akkoord bereiken voordat de importtarieven van Trump op 1 januari in werking treden.

De Chinese autoriteiten hebben volgens Rogoff tot dusverre een opmerkelijke prestatie geleverd door de onvermijdelijke economische vertraging uit te stellen. Maar wanneer die vertraging er uiteindelijk komt, zullen de financiële markten erachter komen dat de economie van China nog belangrijker is dan vaak wordt gedacht, waarschuwt Rogoff.