Short shelling heeft bij veel beleggers een slechte reputatie. Want het is toch op zijn zachtst gezegd niet netjes om financieel gewin te halen uit dalende aandelenkoersen? De waarheid ligt echter iets complexer, zo legt Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders, ons uit.

“Short selling heeft een slechte naam omdat sommige beleggers de strategie op een specifieke manier gebruiken”, schrijft de expert in het rapport ‘Are short shellers ethical?

Vaak wordt short selling in verband gebracht met schreeuwende krantenkoppen, faillissementen en marktmisbruik. Maar volgens Lamont kan het fenomeen juist bijdragen aan een efficiëntere markt.

Wat is het eigenlijk?

Maar eerst even terug naar het begin. Wat is short shelling eigenlijk? Bij short shelling ‘leent’ een belegger een aandeel van een aandeelhouder om het meteen te verkopen, in de hoop dat de prijs zal dalen, zodat hij het later op een lagere koers kan terugkopen. Het verschil tussen de verkoopprijs en de lagere aankoopprijs is dan de winst.

Lamont wijst erop dat short shelling niet direct de gezondheid van een bedrijf ondermijnt, net zo min als het kopen van aandelen de fundamentals van het bedrijf verbetert. “Het gaat dan ook niet om de vraag of ethisch is, maar om hoe beleggers het toepassen.”

Vier typen

Lamont onderscheidt vier typen short shellers:

1. De short-stockpicker

“Dit is niet veel anders dan een traditionele long-only aandelenbelegger die op zoek is naar ondergewaardeerde aandelen. Alleen zoekt deze juist naar overgewaardeerde aandelen, of aandelen die te maken hebben met flinke tegenwind die nog niet in de prijs verdisconteerd is. Door deze bedrijven te shorten positioneert hij zich dus voor een verwachte waardedaling. Deze vorm van beleggen helpt om de markt beter in balans te brengen en draagt bij aan marktefficiency.”

2. De activistische short sheller

Deze belegger hanteert een extremere benadering, door op zoek te gaan naar manieren om daadwerkelijk de koersdaling in gang te zetten. Hij zoekt de publiciteit en komt met argumenten waarom het bedrijf te hoog gewaardeerd zou zijn. Dit lijkt negatief, maar er zit een positieve kant aan: een bedrijf wordt zodoende gedwongen om bepaalde zwakke plekken aan te pakken.

Maar het zijn de extreme activistische beleggers die short selling een slechte naam bezorgen: want sommigen maken zich zelfs schuldig aan het verspreiden van ongegronde en kwaadaardige geruchten bij de pers, zodat de koers daalt en zij de winst kunnen pakken. Gezonde bedrijven kunnen op deze manier in financiële moeilijkheden komen.

3. De risicomanager

Shortposities kunnen gebruikt worden om risico’s te beheersen in de portefeuille. Een belegger kan bijvoorbeeld een aandeel kopen waar hij positief over is, en tegelijkertijd een shortpositie innemen met een future op de index. Zo vangt hij de daling van het aandeel op als de gehele markt, en dus ook het aandeel, daalt. Deze aanpak heeft geen invloed op de gezondheid van individuele bedrijven en leidt ook niet tot ethische bezwaren.

4. De emotioneel afstandelijke trendvolger

Deze belegger probeert te profiteren van bepaalde trends in de markt. Hij gaat long als de markten stijgen en short als de markten dalen. Vaak wordt deze strategie systematisch toegepast op basis van algoritmen. Dat ze emotioneel afstandelijk zijn betekent niet dat ze ervan beschuldigd kunnen worden een prijsdaling in gang te zetten. 

Lamont komt tot de conclusie dat short selling an sich niet verwerpelijk is, maar dat het afhangt van de manier waarop het wordt toegepast. Met andere