Elke belegger wil graag de index verslaan, maar er zijn maar weinigen die daarin slagen. Zelfs beroemde beleggers als John Bogle, Benjamin Graham, George Soros en Warren Buffett zijn niet onvolkomen. Ook zij maken fouten en hebben jaren van tegenvallende resultaten.

Dat schrijft IEXProfs

Neem Warren Buffett, die tussen juni 1998 en maart 2000 met Berkshire Hathaway 38 procent verloor, terwijl de S&P 28 procent won. Het was alleen aan Buffetts ijzeren discipline te danken dat het rendement weer herstelde.

Hij geloofde destijds niet in de rally van dotcombedrijven en werd daar uiteindelijk voor beloond, maar wel na jaren van underperformance.

Irrationeel

Volgens Michael Batnick, hoofd onderzoek bij Ritholz Wealth Management, is er een aantal fouten dat beleggers keer op keer maken. Het kan bijvoorbeeld gaan om een verkeerde inschatting van het groeipercentage in een sector of de rentevoet. Een andere groot probleem is dat beleggers geen rationele wezens zijn. Ze hebben last van angsten, woede, euforie, vooroordelen. Karaktereigenschappen die niet bepaald een voordeel zijn bij beleggen.

En dan is er nog het feit dat er maar een handvol bedrijven écht succesvol zijn. Zelfs goede beleggers weten deze aandelen niet altijd te vinden, of ze vinden ze wel, maar verkopen ze weer veel te vroeg.

Alles bij elkaar zijn er volgens Batnick tien fouten die het vaakst voorkomen:

1. Toekomst lijkt op verleden

Investeerders hebben de neiging om te verwachten dat de toekomst eruitziet als het recente verleden. Wanneer een aandeel langere tijd omhoog gaat, verwachten ze dat dit doorzet, en het tegenovergestelde is ook waar.

In 2007, na jaren van grote winsten op de beurs, dacht bijna iedereen dat de markt het jaar erop zou stijgen. En toen een jaar later de economie in een diepe recessie dook, dachten de meeste beleggers dat de wereld zou ondergaan. Het bleek achteraf een van de beste momenten ooit om in aandelen te stappen.

2. Het komt wel goed

Sir John Templeton, oprichter van de gelijknamige vermogensbeheerder, zei ooit: "De gevaarlijkste woorden bij beleggen zijn, dit keer wordt alles anders." Batnick vindt een ander gevaar nog groter, namelijk dat beleggers moeilijk in staat zijn hun verlies te nemen.

Ze willen niet verkopen onder de prijs waarvoor ze een aandeel hebben gekocht. Het vervelende is alleen dat de markt dat niks interesseert. Die beoordeelt een aandeel telkens opnieuw, seconde voor seconde, uur voor uur. Als belegger kunt u wel hopen dat een aandeel 20 procent in waarde stijgt, maar het kan net zo goed zijn dat er nog eens 20 procent afgaat.

Hedgefondsmanager David Einhorn zei daarover ooit het volgende: "Weet u hoe we een aandeel noemen dat 90 procent is gedaald? Het is een aandeel dat eerst 80 procent zakte en vervolgens in tweeën werd gedeeld."

3. Te weinig aandacht voor gezondheid bedrijf

Beleggers maken vaak de fout om vooral naar een aandeel te kijken in plaats van de onderneming die erachter zit. Een belegger zou op zijn minst op de hoogte moeten zijn van het historische en huidige bedrijfsmodel en de prestaties van het bedrijf, zodat zij zien wanneer er iets belangrijks verandert.

4. Eigenzinnig

Beleggers haten het om toe te geven dat ze ongelijk hadden. Helaas is het een heel menselijke eigenschap om te hopen dat u alsnog gelijk krijgt, in plaats van toe te geven dat u fout zat. Volgens Batnick is de beste manier om grote verliezen te voorkomen door veel kleine verliezen te nemen. Maar daartoe zijn maar weinig beleggers in staat.

In het boek The Money Game beschrijft de auteur, die het pseudoniem Adam Smith gebruikt, hoe emotioneel beleggers opereren. Ze kunnen vreselijke dingen denken over een aandeel of juist niet. Ze kunnen verliefd zijn, jaloers worden, woedend zijn, maar dat helpt allemaal niks, "want dat stukje papier ligt ergens in een bankkluis en voelt niks."

5. Gelijkgezinde zoeken

Het is geruststellend wanneer iemand op televisie iets positiefs zegt over een aandeel dat u bezit. Het is normaal om gelijkgezinden te zoeken en andere meningen te negeren. Maar voor een belegger is het uiterst gevaarlijk.

6. Overmoed

Veel beleggers denken dat ze bovengemiddeld intelligent zijn. Het kan leiden tot overdreven vertrouwen en het geloof bij beleggers dat ze hoge risico's kunnen nemen. Het is het typische kenmerk van een gokverslaafde die niet van ophouden weet.

7. Rembrandt was een beroerde belegger

Beleggers kunnen bedwelmd raken door het succes dat ze hebben op andere vlakken. Een briljante softwareprogrammeur hoeft geen briljante belegger te zijn. En toch komt het vaak voor dat mensen het idee hebben dat ze te slim zijn om geld in een saai indexfonds te steken. Ze gaan liever voor iets exotisch met een hoger risico. Een van de bekendste voorbeelden uit Nederlandse geschiedenis was Rembrandt, die bijna al zijn geld verspeelde tijdens de tulpenmanie.

8. Het perfecte model

Op zich is het natuurlijk niet slecht om zoveel mogelijk informatie over een bedrijf te vergaren, maar het biedt geen zekerheid dat de markt verslagen wordt. Punt is dat informatie uit het verleden niets zegt over de toekomst. Sommige trends zijn weliswaar voorspelbaar, maar een heleboel ook niet. Wie had 20 jaar geleden gedacht dat er nauwelijks nog gewinkeld wordt, of dat de publieke omroep wordt weggedrukt door internet-tv?

9. Family and friends

Het delen van aandelentips met familie en vrienden is geen goed idee. Het vermindert de objectiviteit en kan relaties in gevaar brengen. Batnick: "Het enige dat erger is dan geld verliezen, is het hebben van een vriend die geld verliest dankzij een aanbeveling die u hebt gedaan."

10. Intelligentie niet genoeg

Wat beleggers vaak niet beseffen is dat er heel veel slimme mensen zijn die net als zij actief zijn op de markt. Dat maakt het verslaan van de markt des te lastiger. Batnick zegt daarom niet dat beleggers alles in indexfondsen moet stoppen, maar ze moeten wel redelijk zijn in hun verwachtingen over de aandelen die ze selecteren.