De Amerikaanse beurs stijgt al jaren, maar het aantal beursbedrijven niet. Steeds meer startups kiezen liever voor financiering via een private equitypartij dan om naar de beurs te gaan.

In Nederland klagen we wel eens over de krimp van het aantal Nederlandse beursfondsen, maar uniek zijn we zeker niet. Ook in het Mekka voor beleggers, de VS, neemt het aantal beursfondsen snel af door een combinatie van minder IPO's en meer bedrijven die verdwijnen door fusies, overnames en faillissementen.

Volgens Frank Partnoy, een rechtenprofessor aan de universiteit van Berkeley, is dat een zorgelijke ontwikkeling, omdat daardoor het verschil tussen arm en rijk groter wordt. De cijfers liegen er niet om. In 1997, tijdens de dotcom-boom, waren er nog 8.884 bedrijven met een notering aan een van de twee grote beursplatforms Nasdaq en NYSE. Sindsdien is dit aantal meer dan gehalveerd.

U zou denken dat de twee grote beurscrises van de afgelopen twintig jaar (de dotcomluchtbel en kredietcrisis) daar een grote rol bij spelen, maar dat blijkt niet uit de cijfers want de daling is heel geleidelijk tot stand gekomen.

Private equity vervijfvoudigd

Veel belangrijker is dat steeds meer jonge bedrijven liever kiezen voor een kapitaalinjectie door een private investor in plaats van een IPO.

Het grote gevaar volgens Partnoy is dat kleine beleggers daardoor steeds vaker uitgesloten worden van participatie in bedrijven met de hoogste groeivooruitzichten. Dat geldt niet alleen direct. De jonge groeidiamanten zullen immers ook niet meer komen in beleggingsfondsen en ETF’s. Het werkt daarmee een ongelijkere welvaartsverdeling in de hand.

Het beheerde privévermogen, dat in de VS gestegen is van minder dan 1000 miljard dollar begin deze eeuw tot ruim 5000 miljard in 2017, spreekt boekdelen.

De politiek en toezichthouders dragen volgens Partnoy medeverantwoordelijkheid. Enerzijds is het in de VS (net als in Nederland) namelijk steeds complexer en duurder geworden om een beursnotering te krijgen en te houden. Anderzijds is het in de VS makkelijker geworden voor private equity om belangen te nemen in niet-genoteerde bedrijven.

Alphabet en Facebook

Gelukkig is het niet alles kommer en kwel. Indirect kunnen kleine beleggers wel degelijk profiteren van de snelle groei van smallcaps. Het zijn namelijk niet alleen vermogende particulieren die de pareltjes opvissen. Hetzelfde wordt gedaan door bekende big tech-namen zoals Amazon, Alphabet en Facebook. En daar kunnen beleggers wel in beleggen. 

Hetzelfde geldt voor durfkapitalisten als 3i en Softbank en old economy bedrijven als Coca-Cola, Unilever, Anheuser-Busch InBev, General Electric en Procter & Gamble. Al deze bedrijven zien investeringen in start-ups als zeer belangrijk voor hun eigen overleven. 

Ten slotte merkt Partnoy op dat het ook niet goed is om alleen maar nostalgisch te doen over vroeger. Elk voordeel heb zijn nadeel, zou Cruyff zeggen.

Het wordt weliswaar moeilijker voor beleggers om de hand te leggen op de toekomstige Apple's en Amazons. Van de andere kant kunnen ze zich niet branden aan de vele IPO’s die mislukken. De dotcom-luchtbel heeft aangetoond hoeveel leed dat kan opleveren.