De situatie in Italië doet sterk denken aan die in Griekenland. Toch is de situatie niet helemaal vergelijkbaar.

Zo schrijft Mohamed El-Erian, economisch adviseur bij Allianz, in een column op Bloomberg. De Italiaanse economie staat er beter voor, maar is ook veel groter en brengt een veel groter systeemrisico met zich mee.

Beleggers reageerden vorige week geschokt, nadat de Italiaanse regering aangaf aan te sturen op een begrotingstekort van 2,4 procent: een niveau dat de richtwaarde van de Europese Unie overschrijdt. Hoewel Rome inmiddels lijkt in te binden, zat de schrik op de financiële markten er goed in.

Zeker nadat de prominente eurosceptische Italiaanse politicus Claudio Borghi had aangegeven dat hij ervan overtuigd was dat Italië zijn problemen beter zou kunnen oplossen als het zijn eigen munt had.

De aandelenbeurzen in Europa - die van Milaan voorop - kregen een opdoffer. En de rente op tienjaars Italiaans staatspapier steeg met elf basispunten naar 3,4 procent. Ten opzichte van de Duitse rente kwam dat neer op een verschil (spread) van drie procentpunten: een niveau dat sinds 2014 niet meer was waargenomen. Ook de euro stond onder druk.

Beleggers maken zich volgens El-Erian vooral zorgen over een mix van hoge overheidsschulden op middellange termijn, enkele instabiele banken en aanhoudend trage groei.

Overeenkomsten Griekenland

Dit alles deed veel beleggers suggereren dat een 'nieuw Griekenland' zou ontstaan. Deze parallel is begrijpelijk, vindt El-Erian. Hij ziet minstens drie belangrijke overeenkomsten.

Op het schuldenvlak is in beide landen sprake van hoge publieke verplichtingen ten opzichte van het bruto binnenlands product (bbp). Daarnaast zitten veel staatsobligaties zitten in het binnenlandse banksysteem en zijn er zorgen over de duurzaamheid van de schuld op middellange termijn.

Wat betreft de reële economie heeft Italië een groeimodel dat herhaaldelijk heeft gefaald in het produceren van hoge en inclusieve welvaart.

En op politiek vlak is er de opkomst van anti-establishmentbewegingen die zich kritisch uitlaten over de eurozone.

Grotere economie

Toch zijn er ook belangrijke verschillen, zo betoogt El-Erian. In tegenstelling tot Griekenland is Italië een van de grootste economieën van Europa en al van oudsher lid van het Europese project voor economische integratie. 

Vanwege zijn omvang zijn de bruto financieringsbehoeften in euro's aanzienlijk in vergelijking met de regionale vangnetten die zijn opgezet om met probleemlanden om te gaan.

Hierdoor zouden problemen in Italië een veel grotere en duurzamere bron van systemisch risico met zich mee brengen, op zowel economisch als financieel vlak. "Het is niet overdreven om te zeggen dat het Zuid-Europese land, als het zeer slecht zou struikelen, een existentiële dreiging zou kunnen vormen voor de eurozone", zo waarschuwt de econoom.

Lager risico

Maar in tegenstelling tot Griekenland heeft Italië geen tekort op de lopende rekening (het heeft zelfs een overschot) en is de gemiddelde looptijd van zijn uitstaande schuld langer. Met een lager risico op financiële wanbetaling op de korte termijn, ligt de belangrijkste determinant voor mogelijke verstoringen op het vlak van de binnenlandse en regionale politiek. Dat is volgens El-Erian de belangrijkste factor voor beleggers om nauwlettend te volgen.

Wat uiteindelijk het lidmaatschap van Griekenland in de eurozone enkele jaren geleden redde, was de onmiddellijke dreiging van wanbetaling. "Uit angst voor een schok die de economie in een meerjarige depressie zou doen belanden koos de Syriza-regering voor een orthodoxe benadering, hoewel ze zowel de verkiezingen als het referendum wisten te winnen met een politieke agenda die juist het tegenovergestelde wilde doen.'

Hoop op draai

De hoop van veel beleggers is dat de Italiaanse regering een vergelijkbare draai zal maken, ook al is het directe risico op wanbetaling lager. Op deze manier zou Rome een meer omvattend programma moeten ontwerpen dat gericht is op het genereren van een hoge, inclusieve en duurzame groei.