De westerse beurzen lopen sinds 1990 langzaam maar gestaag leeg. Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders, begrijpt wel waarom. 

Voor het rendement van beleggers is de leegloop volgens hem slecht nieuws, zo schrijft IEXProfs.nl. 

Elon Musk heeft er veel voor over om Tesla van de beurs te halen. Hij is duidelijk gefrustreerd over de koerssprongen van het aandeel en heeft er last van dat de markt te veel druk uitoefent op hoe de onderneming op korte termijn wordt bestuurd. Dat is volgens hem niet goed voor de langetermijndoelstellingen. Dat Tesla ook nog eens razend populair is bij shorters is voor Musk nog meer reden om met Tesla de luwte op te zoeken.

Kortom, de topman van Tesla is een beetje klaar met al het gedoe rond een beursnotering. Daar kan hij weinig aan veranderen. Extra vervelend voor hem is dat er inmiddels een onderzoek is gestart naar zijn tweet van afgelopen 7 augustus waarin hij - onterecht, zo blijkt nu - meldde dat het kapitaal is gevonden om Tesla met een stevige koersbonus van de beurs te halen. Een aantal shortsellers, die na de tweet veel geld verloren, eisen financiële compensatie.

Alternatief private equity

"De beslissing om al dan niet aan de beurs genoteerd te worden, komt neer op een kosten-batenanalyse," vertelt Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders, die de voors en tegens van een beursnotering naast elkaar legde. 

Volgens hem zijn er steeds meer redenen om het buiten de beurs te zoeken of te houden. "Het is duur en tijdrovend om te kunnen voldoen aan de steeds strengere eisen die gesteld worden aan bedrijfsrapportages.

Goedkope kredietverlening en betere toegankelijkheid en schaalbaarheid van private equity-financiering hebben een beursnotering nog minder aantrekkelijk gemaakt. Bedrijven zoals Tesla hoeven niet langer beursgenoteerd te zijn om toegang te krijgen tot omvangrijke bronnen van kapitaal."

Leegloop tast rendement aan

Niet voor niets daalde het aantal beursgangen sinds 1990 met 50 procent in de VS, VK en Europa. De trend is ook dat meer bedrijven de beurs verlaten (door fusies en overnames) dan dat er nieuwe bedrijven toetreden. Nederland loopt hierin voorop.

Lamont: "De bedrijven die zich wel op de beurs begeven, doen dat later dan voorheen. De bedrijven die nu naar de beurs gaan, bevinden zich verder in hun ontwikkelingscyclus. De sterk stijgende winsten van jonge bedrijven komen nu vooral terecht bij de private equity-industrie en niet bij de publieke aandelenmarkt. Het risico bestaat dat de kwaliteit van de publieke markten daardoor afneemt."

De leegloop van de grote volwassen beurzen is slecht nieuws voor beleggers. Als bedrijven steeds meer de publieke markten de rug toekeren, bestaat het risico dat de kwaliteit van de publieke markt na verloop van tijd verslechtert, met mogelijk negatieve gevolgen voor het rendement. "Vooral particuliere beleggers zijn daarvan de dupe, aangezien private equity voor de meeste mensen te duur en ontoegankelijk is om in te investeren," vertelt Lamont.

Beurs is niet dood

Maar dat is de situatie in een groot deel van de volwassen markten. In Azië en Oost-Europa vinden juist meer bedrijven de weg naar de beurs. Daar halen bedrijven juist extra waarde uit hun nieuwe publieke status. Zie het als een vorm van erkenning.

Volgens Lamont is er nog altijd een belangrijke rol voor publieke markten weggelegd. Hij zou het maar jammer vinden als bedrijven alleen nog maar buiten het publieke om in hun kapitaal voorzien. "De transparantie waarin een publieke markt voorziet, is enerzijds een last, anderzijds kunnen het management en de bedrijfspraktijken gemakkelijker ter verantwoording worden geroepen. Dat biedt sociale en economische voordelen, maar draagt ook bij aan een effectieve allocatie van kapitaal."