Lang, langer, langst…?

De discussie was niet van de lucht; de langste beurshausse aller tijden is gaande. Toch is enige nuance op z’n plaats, volgens Martine Hafkamp op Belegger.nl. 

Ten eerste gaat het hier uitsluitend over de Amerikaanse markt en niet over de Europese, schrijft Hafkamp. "In Europa hebben we in 2011 nog een neergaande markt gezien die zelfs als bearmarket gekwalificeerd kan worden. Terug naar de Amerikaanse…"

Ze gaat verder. "Zolang namelijk de S&P 500 niet hoger sluit dan de voorlopige top van afgelopen 26 januari is deze bullmarkt eind januari gestopt. In dat geval duurde de bullmarkt 'slechts' 3245 dagen. Als de S&P 500 nooit meer hoger sluit dan de koers van 26 januari (2.873 punten) zouden we de facto nu zelfs begonnen zijn aan een bearmarket.

Maar, zelfs al zou de S&P 500 snel sluiten boven dat niveau, dan nog is dit niet de langste bullmarkt ooit. We komen nog steeds behoorlijk wat dagen te kort. De langste ooit was tot op heden namelijk die van 1987-2000 met maar liefst 4494 dagen. Wil dit echt de langste bullmarkt ooit worden, dan moet de S&P zowel boven de 2.873 punten sluiten als niet meer dan 20 procent dalen tot 29 juni 2021. Dat duurt dus nog wel eventjes.

Niet de indrukwekkendste bullmarkt 

Ook in rendement gemeten is dit overigens zeker niet de indrukwekkendste bullmarkt ooit. De huidige steeg sinds de bodem met 324 procent. Natuurlijk is dat best veel, maar die van 1987-2000 overtreft dat vele malen met niet minder dan 582 procent. Back to the nineties zou ik zeggen...

Ondertussen vindt er onder de oppervlakte in feite al een stevige correctie plaats. Bij tijd en wijle hoort dat nu eenmaal bij beleggen. We zitten nu ook nog eens in de, historisch gezien, minste maanden van het beleggingsjaar. Er zijn nogal wat aandelen die al behoorlijk in koers zijn gedaald. Beleggers fixeren zich op de beursindices, maar dat zijn natuurlijk slechts gemiddelden. Daarom is stockpicking zo belangrijk. Je kunt tegenwoordig stevig fout zitten, maar ook heel erg goed.

Geld verdwijnt echter niet, het verplaatst zich. Zo lijken diverse achtergebleven sectoren als nutsbedrijven en consumentengoederen zelfs weer wat aan te trekken na een eerdere daling. Beleggers worden met hun neus op de feiten gedrukt dat niet alles maar omhoog blijft gaan.

Mindere tijden

Het afgelopen cijferseizoen was goed. In de Verenigde Staten hebben we nu twee kwartalen gehad met een winstgroei rond 25 procent. In Europa was de gemiddelde winstgroei het afgelopen kwartaal bijna 10 procent. De beurzen zijn er echter nauwelijks op gestegen. Beleggers anticiperen blijkbaar op iets mindere tijden. Wellicht nog niet in het derde kwartaal, maar verderop. Positief bekeken kunnen we stellen dat de waarderingen op de beurs lager zijn dan een half jaar geleden.

Opvallend is overigens dat veel bedrijven hun outlook verlagen of minimaal handhaven. Ze sorteren dus voor op mindere cijfers. Maar zeg nou zelf, winststijgingen van 25 procent zijn niet vol te houden. Wat is er mis met een iets mindere winstgroei?

Beleggers worden eveneens wat terughoudender. Ze prijzen een groeivertraging in, lijkt het. Natuurlijk is dat geen ramp. Ze moeten er alleen wel goed op voorbereid zijn. Voorlopig zijn de economische indicatoren echter zodanig dat ik van mening ben dat er voor dit jaar nog wel iets moois in het vat zit. Moet wel het handelsconflict tussen de heren Trump en Xi de-escaleren…"

Tip de redactie