De managers van de Amerikaanse bedrijven zijn het misschien niet eens met de bewering van fondsmanagers dat een potentiële handelsoorlog het grootste "staartrisico" is waarmee de Amerikaanse aandelenmarkt wordt geconfronteerd, maar dat betekent niet dat ze een probleemloos tweede halfjaar verwachten.

Dat meldt beleggingssite MarketWatch op basis van een rapport van Goldman Sachs. 

Na een van de sterkste kwartalen in de recente geschiedenis, zowel in termen van winst en omzetgroei, als het percentage S&P 500-bedrijven dat de marktverwachtingen verslaat, suggereren de managementteams van bedrijven dat de werkomgeving waarschijnlijk wat moeilijker zal worden in de tweede helft van het jaar. De reden? Stijgende kosten en de impact daarvan op de recordhoge marges van de bedrijven.

Belangrijkste thema's cijferseizoen

Volgens het zogenoemde Beige Book van Goldman Sachs, een analyse van de belangrijkste thema's in de kwartaalberichten van S&P 500-bedrijven, waren de marges en de loonstijgingen de belangrijkste thema's in het cijferseizoen.

Hoewel beide factoren ook in de vorige beige boeken werden geciteerd, was die van het eerste kwartaal positiever van toon, waarbij de managementteams van bedrijven over het algemeen optimisme uitten over de toestand van de economie. In het Beige Book van februari, kort nadat het wetsvoorstel voor belastinghervorming was goedgekeurd, waren de leidinggevenden veel optimistischer over de economie.

Piek in winstmarges

De winstmarges staan op dit moment op de hoogste niveaus ooit, volgens de gegevens van Goldman, maar het huidige niveau zou een piek kunnen vertegenwoordigen, of op zijn minst een plateau. "De druk stijgt in de vorm van grondstofprijsinflatie, hogere logistieke kosten en arbeidsinflatie", schreef de investeringsbank die daarbij vlakke marges voorspelde van ongeveer 11 procent tot 2020.

Op het vlak van de grondstofkosten steeg de prijs van ruwe olie de voorbije twaalf maanden met meer dan 40 procent, terwijl staal in dezelfde periode 43 procent duurder werd. Het effect van deze stijgingen werd breed gevoeld in de hele economie. Delta Air Lines omschreef de "snelle stijging van de brandstofprijzen" als een rem op de inkomsten op korte termijn, terwijl PepsiCo wees op prijsverhogingen van zowel olie als aluminium.

Clorox was een van de bedrijven die Goldman selecteerde voor zijn commentaar op de impact van grondstofprijzen op de marges. Volgens het management van het bedrijf hadden de grondstofkosten een impact op de marges van 130 basispunten, terwijl de logistieke kosten een negatief effect hadden van 100 basispunten. Colgate-Palmolive zei daarnaast dat de grondstofinflatie een tegenwind van 320 basispunten in de brutomarge in het kwartaal had veroorzaakt.

Loongroei

Loongroei heeft volgens de Beige Book-analyse ook een impact op de marges. Goldmans "loontracker" vertoont een groei van 2,7 procent. Dat is de op één na hoogste waarde sinds november 2008. Daarnaast bleek uit een enquête van de bank dat de gemiddelde loongroei 3,2 procent bedroeg in het tweede kwartaal. Dat is het hoogste kwartaalgemiddelde sinds het vierde kwartaal van 2007.

De groei is een bijproduct van een arbeidsmarkt die blijft groeien. In het tweede kwartaal daalde de werkloosheid tot 3,8 procent, de laagste waarde sinds 1969. "Het management verwacht dat deze druk niet snel zal verdwijnen", aldus Goldman. "Vooruitkijkend overwegen bedrijven verschillende strategieën om de kosten te verlagen, waaronder nearshoring van banen en toenemende investeringen in automatisering." Nearshoring is het uitbesteden van zakelijke activiteiten aan een organisatie in een relatief dichtbijgelegen ander land met lagere lonen.

Onder de bedrijven die loongroei als een punt van zorg voor de marges noemen, zaten McDonald's en United Technologies. "Er is echt een tekort aan arbeidskrachten in de VS en in Europa. En als gevolg daarvan zien we wat kostendruk die we moeten aanpakken", zei bestuursvoorzitter Gregory Hayes van United Technologies. Keith Waddell, financieel directeur van uitzendorganisatie Robert Half International stelde: "klanten erkennen enigszins aarzelend in woorden en daden dat ze meer moeten betalen". 

Inzet voor vrijhandel 

Hoewel maar weinig bedrijven handel noemden als een probleem dat momenteel een negatief effect heeft op hun resultaten, met enkele uitzonderingen daargelaten, was het duidelijk een punt van aandacht voor de managementteams.

"Het management houdt de tarieven en handelsbesprekingen nauwlettend in de gaten, maar moet nog grote plannen maken om mogelijke effecten te beperken", aldus Goldman. "Bedrijven benadrukten hun inzet voor vrijhandel en hun vermogen om zich aan te passen als de zaak een direct effect op het bedrijfsleven begint te krijgen. Met name onderstreepten bedrijven de behendige aanbodketens en de mogelijkheid om kosten door te berekenen aan klanten."

China

De analyse van Goldman geeft aan dat 53 procent van de S&P 500-bedrijven China in hun kwartaalrapporten bespraken, waaronder bedrijven met een beperkte directe blootstelling aan de regio. Bedrijven in de consumentensector noemde China het meest frequent, ondanks een matige omzet in China en de regio Azië-Pacific.

De gemiddelde winstgroei van de bijna 94 procent van de S&P 500-bedrijven die de resultaten hebben gerapporteerd bedroeg volgens FactSet 24,86 procent met een gemiddelde omzetgroei van 10 procent. Volgens Charles Schwab boekte 84 procent van de S&P-bedrijven een winst die boven de marktverwachtingen lag, terwijl 72 procent een beter dan verwachte omzet rapporteerde. Beide cijfers liggen boven het historische gemiddelde.