Het vertrouwen van beleggers in de Amerikaanse aandelenmarkt staat op het hoogste niveau in vijf jaar. Maar vaak gaat een hoog beleggersvertrouwen vooraf aan een crash, zo waarschuwt Nobelprijswinnaar Robert Shiller.

Hij is niet de minste: Morningstar wijst erop dat hij in het verleden vaker juiste voorspellingen heeft gedaan.

Hoewel de geopolitieke spanningen toenemen, het risico van een handelsoorlog elke dag groter lijkt te worden en de aandelenwaarderingen de afgelopen jaren flink zijn opgelopen, hebben beleggers meer vertrouwen in de Amerikaanse aandelenmarkt dan ooit tevoren in de afgelopen vijf jaar. Dat blijkt uit onderzoek van Yale-hoogleraar Robert Shiller.

Crash-index

Hij deed onder andere onderzoek naar de zogeheten Crash Confidence Index voor Amerikaanse aandelen. Deze meet reacties van institutionele en particuliere beleggers in de VS op de vraag: 'Hoe waarschijnlijk acht u dat er in de komende zes maanden een catastrofale beurscrash in de VS plaatsvindt, zoals die van 28 oktober 1929 of 19 oktober 1987?'

En wat blijkt? De index voor particuliere beleggers staat momenteel op 24,49 punten, het laagste niveau sinds februari 2013. Dertien maanden geleden stond de index nog op 35,07 punten, maar sindsdien is deze gedaald. Dat suggereert dat beleggers zich afgelopen jaar minder zorgen zijn gaan maken over een crash.

De index voor institutionele beleggers staat iets hoger, op 30,22 punten. Zij lijken daarmee iets minder optimistisch. Maar ook deze index is het afgelopen jaar gedaald: in juli 2017 noteerde deze nog 38,22 punten.

Hoog vertrouwen voorafgaand aan crash

Maar reden om rustig achterover te leunen is er niet. Want Shiller waarschuwt ervoor dat een hoog beleggersvertrouwen vaak voorafgaat aan een crash. Hij roept de crash in 2008 in herinnering. Twee jaar daarvoor bereikte de crashindex het hoogste niveau van 48,61 voor particulieren en 57,95 voor institutionele beleggers. De S&P 500 liep de zes maanden daarna echter op met 20 procent.

Pas in september 2008 kelderden de beurskoersen, maar toen was de crashindex inmiddels gedaald naar 25,82. "Het is dus niet zo dat mensen de toekomst kennen. De wijsheid komt achteraf", zegt Shiller, die naar eigen zeggen ook moeite heeft om de kansen voor een crash goed in te schatten. Desondanks heeft hij het knappen van de internetbubbel aan het begin van de eeuw voorspeld.

Crash in 1929

De meest beruchte crash was die van 1929. Volgens Shiller had niemand deze zien aankomen. "Er was geen reden om te verwachten dat zoiets ging gebeuren. Er was toen geen enkele leading indicator die dat voorspelde", zegt hij.

De enige factor die destijds zorgde voor instabiliteit in de markten was de hausse aan margin credit, waarbij beleggers in hun euforie over de stijgende beurskoersen cash geld leenden om tegen een marge te beleggen.

Morningstar schrijft dat de huidige situatie daar een beetje op lijkt. De lucht is nog blauw: de leading indicators duiden niet op een naderende crash, de wereldwijde economische groei zit op een goed niveau en de winstontwikkeling van bedrijven is gezond.

Hoge schulden

Er doemt wel een wolkje aan de horizon: de hoge schuldniveaus in met name opkomende landen. Maar Patrick Artus, hoofdeconoom bij Natixis, beschouwt dit niet als een groot probleem zolang de rente lager is dan het niveau van de groei.

Een handelsoorlog kan nog wel problemen veroorzaken, maar de impact van importheffingen zal zelfs in het ergste geval verwaarloosbaar zijn in het perspectief van de enorme omvang van de Amerikaanse economie, meent Artus. 

Ook een tekort aan liquiditeit, nu zowel de Verenigde Staten als de Europese Centrale Bank gaan stoppen met het opkopen van obligaties, beschouwt hij niet als een punt van zorg, omdat op mondiaal niveau de liquiditeit extreem snel toeneemt.

Gekte op huizenmarkt

Zou de gekte op de Amerikaanse huizenmarkt nog roet in het eten kunnen gooien, zoals in 2008 gebeurde nadat de woningmarkt een top had bereikt? Shiller constateert dat de S&P / Case-Shiller Huizenprijs-index sinds 2012 onheilspellend is gestegen en begin 2018 het hoogste niveau in enkele jaren bereikte. Maar volgens hem steekt dat schril af ten opzichte van sommige andere vastgoedmarkten, zoals Vancouver, Australië, Nieuw-Zeeland, Hong Kong en Shanghai.

Zijn collega Artus vindt de woningmarkt momenteel erg robuust. Hij wijst op allerlei wijzigingen in de regelgeving die zijn doorgevoerd na de financiële crisis.

Wel zou Amerikaans commercieel vastgoed zich weleens tot een bubbel kunnen ontwikkelen. "De prijzen van commercieel onroerend goed stijgen extreem snel, met 8-9 procent per jaar. En commercieel vastgoed wordt niet voldoende gecontroleerd. In de VS is iets aan het ontstaan dat erg op een bubbel begint te lijken."