Van alle Amerikaanse techreuzen loopt Apple het grootste risico als de handelsspanningen tussen de Verenigde Staten en China uitmonden in een handelsoorlog. De andere FANG-aandelen (Facebook, Netflix en Google-moeder Alphabet) hoeven zich minder zorgen te maken.

Dat meldt Cnbc.

De Amerikaanse president Donald Trump dreigde deze week met aanvullende importtarieven ter waarde van 200 miljard dollar aan Chinese goederen als China de eerdere tegenmaatregelen niet terugdraait.

Als antwoord hierop dreigde het Chinese ministerie van Handel met nieuwe tegenmaatregelen als Washington doorgaat met importheffingen.

Apple

Apple is het meest blootgesteld aan het handelsconflict met China, meent Neil Campling, hoofd wereldwijde beleggingen bij Mirabaud Securities. Afgelopen boekjaar haalde de iPhonefabrikant bijna 20 procent van zijn omzet uit China, wat neerkomt op 44,7 miljard dollar.

In 2017 verscheepte Apple meer dan 41 miljoen iPhones naar China en was het concern volgens cijfers van IDC de op vier na grootste speler op de Chinese markt.

Bovendien heeft Apple ongeveer 40 winkels in China en voert het bedrijf in dat land ook zijn diensten uit, zoals de App Store en Apple Music.

Diensten maken een steeds groter deel uit van de bedrijfsvoering van Apple, omdat de markt voor smartphones vertraagt. In 2017 waren ze goed voor 13 procent van de totale netto-omzet, tegenover 11 procent in 2016. Hoeveel hiervan uit China afkomstig was, maakt Apple niet bekend.

Het concern vertrouwt ook zwaar op Aziatische leveranciers. De iPhones worden in China geassembleerd door de Taiwanese firma Foxconn.

Al met al is Apple het meest succesvolle Amerikaanse technologiebedrijf in China, maar die kracht maakt het bedrijf nu juist kwetsbaar.

Hoewel president Trump Apple naar verluidt heeft beloofd dat iPhones die in China worden geassembleerd vrijgesteld zullen zijn van importtarieven, is er natuurlijk nog wel een risico dat er een handelsoorlog uitbreekt.

Verbod op Apple-diensten

Een van de risico's is dat Peking de leveranciers van Apple onder druk gaat zetten, waardoor er vertragingen en zorgen ontstaan over de producten van Apple. Volgens de New York Times is dit een angst van Apple; vooral als de Chinese overheid dit doet onder het mom van nationale veiligheid.

De Chinese Autoriteiten zouden ook Apple-diensten kunnen verbieden. Dit is al eerder gebeurd: in 2016 werden de iBooks Store en iTunes Movies van Apple gesloten in China.

Peking zou ook zijn eigen smartphone-bedrijven, zoals Xiaomi en Huawei, kunnen steunen. Deze bedrijven liggen in de VS onder vuur nadat Amerikaanse inlichtingendiensten waarschuwden om geen Huawei-telefoons te kopen uit angst om bespioneerd te worden door de Chinezen. China zou in theorie een soortgelijke boodschap kunnen verkondigen, namelijk dat de iPhone een gevaar vormt voor de nationale veiligheid.

Oplopende voorraden

Campling signaleert dat de voorraden van Apple in het eerste kwartaal flink zijn opgelopen. Aan het eind van het vierde kwartaal van vorig jaar bedroegen deze nog 4,4 miljard dollar, maar op 1 april was dat opgelopen naar 7,6 miljard dollar. Volgens hem is Apple uit voorzorg componenten aan het opslaan, met het oog op eventuele storingen. Dit toont in zijn ogen aan hoe bezorgd het bedrijf is.

"Het is een defensieve beschermende maatregel voor het geval er problemen voordoen bij toekomstige inkoop of verstoring van de toeleveringsketen, aangezien Apple potentieel in het kruisvuur zit van de Amerikaans-Chinese handelsoorlog", aldus Campling.

Alphabet

De andere grote Amerikaanse technologiebedrijven Facebook, Netflix en Alphabet worden minder geraakt door het handelsconflict omdat hun activiteiten in China vrij beperkt zijn.

Van dit rijtje heeft Alphabet, het moederbedrijf van Google, na Apple misschien de grootste blootstelling aan China. Google maakt het mobiele besturingssysteem Android, dat in 77 procent van de smartphones in China wordt gebruikt. Hoewel het open source is, verdient Google geld uit de diensten die het via Android aanbiedt, zoals cloudopslag, YouTube of Gmail.

Als de handelsspanningen escaleren, zou Google mogelijk moet stoppen met het leveren van Android aan smartphonemakers in China. Kenners vrezen niet dat dit snel zal gebeuren, maar wijzen er wel op dat dat een risico is om rekening mee te houden.

De zoekmachine van Google is sinds 2010 geblokkeerd in China en veel andere diensten van het bedrijf zijn slechts beperkt of helemaal niet beschikbaar. Dit betekent dat de internetreus heel weinig inkomsten uit China haalt.

Facebook en Netflix

Facebook en Netflix hebben helemaal geen activiteiten in het land. Facebook is in China geblokkeerd en Netflix is daar niet uitgerold.

Amazon

Amazon wordt in China overschaduwd door webwinkels als JD.com en Alibaba. Amazon heeft er twee jaar geleden wel zijn abonnement Prime Service gelanceerd, maar het is vooralsnog een kleine markt voor het de webreus.

Chinese techbedrijven

Een eventuele handelsoorlog zal niet alleen Amerikaanse bedrijven raken. Ook Chinese bedrijven kunnen het moeilijk krijgen. Huawei, 's werelds grootste fabrikant van telecommunicatieapparatuur, vertrouwt op Amerikaanse bedrijven zoals Qualcomm en Intel voor componenten voor veel van zijn hardware. Het concern ligt al onder vuur in de VS en is niet in staat om volledig de Amerikaanse markt te betreden.

ZTE wordt geconfronteerd met hernieuwde problemen nu de Amerikaanse Senaat een defensiewet heeft aangenomen, die het bedrijf effectief kan verbieden componenten te kopen van Amerikaanse bedrijven. 

De Chinese smartphone- en tv-maker Xiaomi, die zich voorbereidt op de grootste beursintroductie sinds Alibaba in 2014, haalt tot nu toe de meeste omzet uit China en India. Maar een handelsoorlog zou de plannen om uit te breiden naar de VS kunnen dwarsbomen.

Versnelling Chinese techsector

China zal zich door het handelsconflict naar verwachting meer gaan richten op een snellere ontwikkeling van de eigen technologiesector. Huawei is al begonnen met het creëren van zijn eigen kunstmatige intelligentie en 5G-chips.

En steeds meer Chinese bedrijven zullen waarschijnlijk hun eigen technologie ontwikkelen om minder afhankelijk te worden van de Verenigde Staten.