Inkoopmanagersindices, de koperprijs, de vraag naar olie, het consumentenvertrouwen, inflatie... het zijn allemaal indicatoren die aangeven hoe een economie ervoor staat. Het zijn zeer belangrijke data voor economen en beleidsbepalers.

Zij kunnen mede aan de hand hiervan een route naar stabiele groei uitstippelen of juist ingrijpen wanneer de economie in het slop dreigt te raken, zo schrijft Martine Hafkamp in haar column op Belegger.nl.

Er bestaat echter een economie waar zij zeer weinig tot geen invloed op hebben of op kunnen uitoefenen. Het is de economie die gedreven wordt door emotie: de aandachteconomie.

Likes en FOMO

Silicon Valley heeft ervoor gezorgd dat de wereld is veranderd in een groot dorp, genaamd aandachteconomie. *PLING, een nieuwe like op mijn foto op Instagram, *PLING, alweer nieuwe vrienden op Facebook. *PLING, een familielid stuurt een video die ik echt niet mag missen! Sterker nog, zodra er een (social media) melding op de smartphone verschijnt, is het bijna onmogelijk om niet meteen even te kijken. 

Velen van ons blijven voortdurend inloggen op Facebook en andere social media vanwege FOMO; Fear of Missing Out. Zeven van de tien millennials heeft daar last van. Bedrijven als Facebook, Snapchat en Netflix maken daar heel graag gebruik van. Hun algoritmes zijn er zo op ingesteld dat wij aandacht blijven geven aan online en social entertainment. Vervolgens zijn we bij elke melding of autoplay video weer een paar minuten afgeleid van waar we mee bezig waren omdat we ons richten op de online activiteiten.

Impulsreacties

De aandachteconomie is niet nieuw. Vroeger werd je blij van ‘two seconds of fame’ als je met je hoofd op televisie kwam, maar het waren vooral bedrijven die met hun reclames op TV de aandacht trokken. De consument vandaag-de-dag wil echter niet kopen om te hebben, maar hij gaat voor de totale beleving. 

Bedrijven trekken onze aandacht door te proberen op andere manieren impulsreacties uit te lokken. Kijk bijvoorbeeld naar de ontwikkeling van de advertenties van Coca-Cola. Waar vroeger hun reclames draaiden om het product, staat tegenwoordig ‘Sharing Happiness’ centraal. Dat doe je volgens het concern door uiteraard Coca-Cola te drinken.

Bedrijven meten hun succes niet alleen meer via ROI (Return on Investment) maar ook via ROA (Return on Attention), bijvoorbeeld door te inventariseren hoe lang iemand op de website actief is geweest.

Productiviteit lijdt eronder

De schreeuw om aandacht lijkt steeds sterker te worden. Helaas komt die tegen een (hoge) prijs. Microsoft heeft berekend dat het iedere keer dat onze aandacht wordt getrokken door onze social network apps gemiddeld 23 minuten duurt voor je je weer kunt concentreren op dat waar je mee bezig was. Het is dus slecht voor de productiviteit.

Dankzij internet is er een overvloed aan informatie. Al die gegevens proberen wij in een steeds meer en in een hoger tempo tot ons te nemen. Als de aanbieders van de overdosis aan informatie niet uitkijken, zullen zij zelf echter tevens de ondergang van de aandachteconomie inluiden, tenzij er een oplossing wordt gevonden voor de ongecontroleerde informatiestroom.

Digitale multitaskers

Het is echter lang niet allemaal negatief. De aandachteconomie heeft ons veel gebracht. We zijn digitale multitaskers geworden. die handig gebruik maken van de ‘second screen’. We zijn digitaal socialer geworden, hoewel ik waag te betwijfelen of dat in het echte leven ook zo is. We krijgen nu veelal zelfvertrouwen van (veel) likes en genieten van het delen van waar wij zoal mee bezig zijn of waar wij ons bevinden. De andere kant van het verhaal is dat het ons ook onzeker kan maken, omdat het gras elders vaak groener lijkt.

Aandacht kunnen we misschien dan wel verdelen, maar we kunnen nog steeds op maar één plek tegelijk zijn. Op het moment dat wij willen delen waar wij zijn, is dat van onschatbare waarde voor ondernemingen als Apple en Google. Zij kunnen dan heel gericht advertenties verkopen.

Een voorbeeld hiervan is dat wij straks op onze telefoon een melding krijgen met kortingsbonnen wanneer wij een winkel inlopen. Het gerichter inspelen op onze interesses kan de aandachteconomie een nieuwe zet in de rug geven.