Nationalisme kan globalisering niet tegenhouden. Landen en overheden die dit niet begrijpen, vormen een risico voor beleggers.

De kranten staan dagelijks vol met berichten over het groeiend nationalisme en populisme in de wereld. De ene keer is het Donald Trump die het nieuws beheerst met zijn America-First-politiek, de andere keer zijn het Italië, Hongarije of Groot-Brittannië die zich afzetten tegen de EU.

Het is onmiskenbaar dat burgers en politici worstelen met het thema globalisering, maar stoppen kunnen ze het niet. Integendeel zelfs, de trend richting meer en meer grensoverschrijdende transacties en internationale handel is volgens PGIM, de vermogensdochter van Prudential Financial, sterker dan ooit. En beleggers moeten daarop inspelen.

Het einde van de nationale soevereiniteit

In het rapport The End of Sovereignty komt PGIM onder andere tot de conclusie dat landenbeleggingen weinig nut meer hebben. Immers, zelfs kleinere bedrijven produceren en verkopen tegenwoordig hun goederen en diensten in de hele wereld. Hoe meer en hoe beter bedrijven internationaal verwoven zijjn, hoe beter.

Wat wel belangrijk is om te weten is welke impact beslissingen van een bepaald land hebben op  bedrijven in de portefeuille. Als een land dreigt de internationale positie van lokale bedrijven op het spel te zetten, is dat een risicofactor die moet worden meegewogen.

Precies dat is ook het gevaar van nationalisme. Overheden die zich te sterk door laten leiden door populisme zullen door beleggers en bedrijven daarvoor worden gestraft. Die gaan namelijk gewoon ergens anders heen.