Gaan er nog wel genoeg bedrijven naar de beurs?

Het aantal beursgenoteerde bedrijven in West-Europa, de VS en Groot-Brittannië daalt. Beleggers dreigen daardoor kansen te missen, zegt Duncan Lamont, hoofd research bij vermogensbeheerder Schroders.

Nog geen maand geleden verwelkomde het Damrak maar liefst drie nieuwe fondsen: laadpalenfabrikant Alfen, zakenbank NIBC en groothandelaar B&S. Nog meer bedrijven, waaronder betaaldienstverlener Adyen maken zich op voor een beursgang.

Er heerst een goed IPO-klimaat, zou je zeggen. Toch is het aantal beursgenoteerde bedrijven in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en West-Europa de afgelopen twintig jaar gedaald, constateert Schroders. 

Andere manier van financiering

De behoefte aan het maken van een beursgang neemt af en het aantal bedrijven dat de beurs verlaat neemt toe, voornamelijk door fusies en overnames.

Toch is dit volgens Lamont geen teken dat de ondernemingszin tanende is. Nieuwe bedrijven worden nog steeds in grote aantallen opgericht. Alleen kiezen ze vaker voor een andere manier van financiering, zoals goedkope kredieten of financiering via een private equitybedrijf.

Bedrijven schrikken volgens Lamont terug voor de kosten en hectiek van een beursnotering. Ze zien dat financiering goedkoper en eenvoudiger kan, zonder alle regels die bij een notering aan een aandelenmarkt horen.

Het gevolg hiervan is dat de beurzen bevolkt worden door meer volwassen bedrijven. Beleggers dreigen volgens Lamont daardoor kansen op een sterke groei van het bedrijf te missen die in een eerdere fase plaatsvindt als het bedrijf nog relatief jong is.

Opkomende markten zijn uitzondering

Toch zijn er ook aandelenmarkten waar het aantal beursnoteringen juist in de lift zit. Dit is vooral het geval in opkomende markten in Azië en Europa.

China voert de lijst aan, terwijl Nederland helemaal onderaan staat. Ook in de aandelenmarkten in ontwikkelde Aziatische landen is het aantal noteringen gestegen. In deze markten lijken de baten nog steeds groter te zijn dan de kosten.

Maar ook al doen aandelenmarkten niet meer op grote schaal datgene waarvoor zij in de eerste plaats in het leven waren geroepen, daarmee is niet gezegd dat zij geen andere belangrijke functies hebben.

Lamont wijst op de mogelijkheid voor bedrijven die al een notering hebben om nieuw kapitaal op te halen. Sinds 2001 is het aantal aandelenemissies van beursgenoteerde ondernemingen in de VS viermaal zo hoog als het aantal beursgangen. Hetzelfde patroon is ook elders zichtbaar; zelfs in China dat toch bekend staat om zijn grote hoeveelheid beursintroducties.

Spaarders de dupe

De afnemende belangstelling voor een beursnotering heeft negatieve gevolgen voor spaarders, meent Lamont. De publieke markten zijn een goedkope en toegankelijke manier voor spaarders om te profiteren van de groei van de bedrijvensector.

Als kwaliteitsbedrijven geen beursnotering nastreven, bestaat het gevaar dat de kwaliteit van de aandelenmarkten afneemt en dus de rendementen op aandelen lager uitkomen in vergelijking met private equity markten. Daar zijn spaarders de dupe van

Aandelenmarkt versus schuldenmarkt

Een ander gevolg is dat de vereisten voor een beursnotering de norm voor corporate governance verhogen. Ook zorgen de markten dankzij actieve beleggers voor een efficiënte kapitaalallocatie. Bedrijven in problemen worden op een transparante manier afgewaardeerd. 

Dit proces van creatieve destructie is essentieel voor een gezond functionerende economie, meent Schroders. Schuldenmarkten daarentegen spelen een contrasterende rol. De verleiding is groot om de schuldvoorwaarden op te rekken, om verliezen te verdoezelen.

Tip de redactie