Aandelen historisch duur of juist goedkoop?

Met de start van het cijferseizoen zijn beleggers in hooggespannen verwachting of de resultaten wijzen op een bloeiende bedrijfsomgeving die de rally van de aandelenmarkt in de afgelopen jaren ondersteunt, of dat de opmars overdreven is geweest.

Zowel de stieren als de beren in de markt hebben echter gegevens die ze in hun voordeel kunnen gebruiken, meldt MarketWatch.

Volgens gegevens van FTSE Russell en Thomson Reuters, werden de Amerikaanse aandelenmarkten recentelijk op de duurste niveaus sinds het internettijdperk verhandeld. En zelfs na de eerste correctie voor de Dow-Jonesindex en de S&P 500 in ongeveer twee jaar, worden de aandelen nog altijd een standaardafwijking boven een historische range verhandeld.

De gegevens zijn gebaseerd op de toekomstige koers/winstverhouding voor aandelen, die momenteel hoger is dan 17, in vergelijking met het langetermijngemiddelde van ongeveer 15.

Potentieel waarschuwingssignaal

Een ander potentieel waarschuwingssignaal voor beleggers geeft de conjunctuurgezuiverde koers/winstverhouding (CAPE) de S&P 500 een ratio van 31,6, bijna het dubbele van het langetermijngemiddelde van 16,85 en het hoogste niveau sinds de internetzeepbel.

Beide maatstaven zouden beleggers een reden kunnen geven om een pauze in te lassen, omdat ze een markt suggereren die overbelast is en die meer ruimte zou kunnen hebben om te dalen. De statistieken vertellen echter slechts de helft van het verhaal.

De toekomstige K/W-ratio komt op een moment dat de winstgroei in het eerste kwartaal niet alleen naar verwachting sterk zal zijn, maar ook in het hoogste tempo in jaren zal groeien. Volgens FactSet groeiden de inkomsten voor bedrijven in de S&P 500 naar schatting met 17,3 procent in het eerste kwartaal, terwijl de omzet met 10 procent is toegenomen. Voor zowel de winst als de omzet zouden deze percentages het snelste groeitempo zijn sinds het eerste kwartaal van 2011.

Heel ander beeld

Het boeken van zo'n hoge mate van expansie geeft een heel ander beeld voor de waarderingen van aandelen, zozeer zelfs dat ze gaan van meerjarige hoogtepunten naar meerjarige dieptepunten.

FTSE Russell bekeek de markt ook in termen van de PEG-ratio. Dit is een manier om de relatieve waardering voor een aandeel te kunnen meten. Het gaat om de prijs per aandeel gedeeld door de winst per aandeel en die uitkomst wordt weer gedeeld door de verwachte jaarlijkse winstgroei. Op basis van deze maatstaf hebben aandelen een PEG van 1,2, wat betekent dat ze niet alleen één standaarddeviatie onder hun langetermijngemiddelde van iets meer dan 1,3 verhandelen, maar ook op hun goedkoopste niveau sinds 2012.

'Niet zo duur als men denkt'

"Als je alleen kijkt naar de K/W, dan kun je misschien zeggen dat de markt er duur uitziet. Maar als je naar de PEG-ratio kijkt, ziet de VS er niet zo duur uit als men denkt", zei Philip Lawlor, managing director marktonderzoek bij FTSE Russell.

Een factor die de winstgroei stimuleert, en de bijbehorende PEG, is de recent aangenomen belastinghervormingswet. Daardoor dalen de tarieven van de vennootschapsbelasting en wordt de winstgevendheid onmiddellijk verhoogd. Analisten voorzien daarom nu een verwachte winstgroei van 17,3 procent, terwijl ze eind december nog rekenden op slechts 11,4 procent. 

Door de markt te analyseren met een K/W of een PEG-maatstaf, zien Amerikaanse aandelen er aanzienlijk anders uit, ook in vergelijking met andere landen. Terwijl de Amerikaanse toekomstige K/W de hoogste is van elke regio, scoort deze niet zo hoog op een PEG-basis. Op basis van die meetwaarde is een FTSE Europa exclusief VK index de duurste, hoewel de K/W van die regio lager is dan in de VS. Dit komt omdat de regio Europa exclusief VK een lagere winstgroei heeft dan de VS.

2008

De CAPE-ratio, die de aandelenkoersen vergelijkt met de bedrijfswinsten over de afgelopen 10 jaar, lijkt volgens Lawlor hoog omdat deze de financiële crisis en de enorme winstdaling in 2008 omvat. Volgend jaar zal de voortschrijdende tienjarige periode beginnen in 2009, toen de markten de bodem bereikten en de winsten zich herstelden.

"Zodra 2008 is uitgesloten, zal de CAPE automatisch dalen zonder enige wijziging in de huidige economische omstandigheden of fundamentele waarden", aldus Lawlor.

Hij voegde daaraan toe dat de CAPE weliswaar een redelijke voorspeller is geweest van toekomstige rendementen in de komende tien jaar, maar dat deze niet zou moeten worden gebruikt als een markttiming-instrument op korte termijn.

Tip de redactie