Luchtbellen op aandelenmarkten klappen op een gegeven moment. De aanleiding wordt later wel bedacht, aldus Robert Shiller, die de huidige aandelenwaarderingen alleen eerder terugzag in 1929 en 2000.

Luchtbellen op aandelenmarkten klappen op een gegeven moment; de aanleiding wordt later wel bedacht. Dat is de stellige overtuiging van Nobelprijswinnaar Robert Shiller. Hij krijgt naar eigen zeggen regelmatig de vraag voorgelegd wat de aanleiding kan zijn voor een aankomende marktcorrectie op aandelenbeurzen. Maar er is volgens Shiller dus helemaal geen aanleiding nodig. "Het is inherent aan luchtbellen dat ze klappen."

Extreem hoog

Het is inmiddels meer dan een jaar geleden dat er een correctie van meer dan 5 procent op de Amerikaanse beurs heeft plaatsgevonden. De waarderingsmaatstaf van Shiller, de zogenaamde CAPE-ratio, bevindt zich op dit moment op een niveau van 34. Dat is extreem hoog. Het gemiddelde van de afgelopen vijftien jaar is een niveau van 25. Sinds 1881 was lag het gemiddelde rond de 16.

Slechts twee keer in de geschiedenis stond de CAPE-ratio volgens Shiller zo hoog als nu. Dat was in 1929 en in 2000. Iedereen weet wat daarna gebeurde. Shiller: "Ook in 1929 was er geen echte oorzaak voor het inklappen van de aandelenmarkten. Mensen hebben later redenen bedacht."