De tijd is aangebroken voor beleggers om de kudde op de aandelenmarkt te verlaten en heel alert te zijn nu de zelfgenoegzaamheid overheerst op de beurzen. 

Dat schrijft Richard Peterson, CEO van MarketPsych, in een column op MarketWatch. 

Volgens gedragseconoom en Nobelprijswinnaar Richard Thaler is "Rip van Winkle de ideale belegger op de aandelenmarkt", waarmee hij verwijst naar de hoofdpersoon uit het korte verhaal van de Amerikaanse auteur Washington Irving uit 1819. 

"Rip kon vóór zijn dutje op de markt investeren en toen hij 20 jaar later wakker werd, zou hij gelukkig zijn geweest. Hij zou hebben geslapen door alle ups en downs. Maar weinig beleggers lijken op de heer Van Winkle. Hoe vaker een belegger zijn geld telt - of kijkt naar de waarde van zijn fondsen in de krant - hoe lager zijn risicotolerantie", aldus Thaler.

Het is inderdaad moeilijk om sentiment te gebruiken bij beleggen, juist omdat we als mensen verstrikt raken in de golven. Te vaak worden we onbewust beïnvloed door de verhalen en overtuigingen van de kudde en nemen we ze aan als onze eigen overtuigingen, concludeert Peterson.

Sentimentcyclus

Volgens Peterson kunnen we een ruwe weergave van de sentimentcyclus zien met behulp van media-sentiment-gemiddelden, die betrekkingen hebben op de positieve en negatieve berichten in de media over de beurzen. Deze lijken vooraf te gaan aan de prijsbewegingen van de S&P 500-index sinds 1998. 

Wanneer het kortere termijn voortschrijdend gemiddelde van het sentiment (200 dagen) groter is dan het voortschrijdend gemiddelde op langere termijn (500 dagen) dan neigt de markt te stijgen. Wanneer het gemiddelde over 200 dagen negatiever is, heeft de markt de neiging om de neerwaartse trend te volgen.

Bevestiging van vooroordelen

Het voortschrijdend gemiddelde van het media-sentiment op lange termijn is historisch gezien goed te gebruiken bij het voorspellen van de ups en downs van aandelenmarkten. Er zijn volgens Peterson verschillende mogelijke verklaringen voor deze cyclus. Bevestiging van vooroordelen kan beleggers beletten om te verkopen ondanks de waarschuwingssignalen op de top van een stierenmarkt. 

Maar dat is volgens Peterson niet het hele verhaal. Een ander vooroordeel - het zogenoemde 'house money effect' van Thaler en Eric Johnson - biedt ook inzicht in de cognitieve vooroordelen die kunnen bijdragen aan de cyclus. Het effect verwijst naar de neiging van de beleggers om meer en grotere risico's te nemen wanneer ze investeren met winsten. 

Het 'geld van het huis'-effect

Dit effect kan optreden wanneer mensen een plotselinge meevaller ervaren - meer geld verdienen of ontvangen dan ze hadden verwacht. Thaler en Johnson vonden een verdere toename van risicogedrag bij dergelijke meevallers. De onderzoekers noemden dit het 'house money effect', omdat het vergelijkbaar is met het gedrag van gokkers in casino's. Omdat ze geld hebben gewonnen, zullen de meeste gokkers meer risico nemen. Er wordt gezegd dat ze het gevoel hebben dat ze spelen met 'geld van het huis'.

Het toenemend risicogedrag na winst lijkt in tegenspraak te zijn met de 'cutting winners short'-gedachte, die is afgeleid van Daniel Kahneman en Amos Tversky's Prospect Theory. De reden voor deze schijnbare tegenstrijdigheid is de mobiliteit van het referentiepunt in de Prospect Theory.

Bang om de boot te missen

Wanneer mensen een meevaller krijgen, vooral door hun eigen investeringen, leren ze snel om meer van het beloonde gedrag uit te voeren. Ze voelen zich gedwongen om meer risico te nemen om te komen tot waar ze eigenlijk zouden moeten zijn, het zogenoemde referentiepunt.

Zo wordt het referentiepunt steeds hoger geplaatst als de media rapporteren over 'bitcoin miljonairs' en 'startup sterren'. Zolang beleggers bang zijn om de boot te missen zullen ze excessief risico blijven nemen via het 'effect van het geld van het huis'.

Winst nemen

Echter, na een lange stierenmarkt volgt er vaak een correctie en verliezen beleggers een aanzienlijk deel van hun belegd vermogen. Op dit moment verschuift het referentiepunt omlaag en beginnen ze zich te realiseren dat ze hun winst ook zouden kunnen verliezen.

Ze worden daardoor gevoeliger voor het 'cutting winners short' ofwel het nemen van winst. Terwijl ze dit doen, worden de aandelenkoersen lager gezet en wordt een zichzelf versterkende cyclus van koersverliezen geactiveerd omdat zelfbehoud het doel wordt.

Alert wanneer iedereen zelfgenoegzaam is

"In deze optimistische wereldwijde marktomgeving moeten beleggers altijd in gedachten houden dat wanneer de tijden goed zijn, ons referentiepunt (de verwachtingen) stijgen, en we vatbaar worden voor het geld van het huis-effect.

Het is moeilijk om zich op zulke momenten een verslechterende situatie voor te stellen. In werkelijkheid zouden we het meest alert moeten zijn, precies wanneer iedereen zelfgenoegzaam is", adviseert Peterson.