Een nominale rente van min 15 procent in het jaar 3017? Als een langjarige trend ver wordt doorgetrokken dan zou dat kunnen, schrijft Joachim Fels, econoom bij obligatiebelegger PIMCO, in een blog met zijn bespiegelingen over waar het in de verre toekomst naartoe kan gaan met de rente.

"Zoek je nog een mooie belegging voor je verre nazaten, maar aandelen vind je wat te duur? Dan heb ik een suggestie voor je: een Deens energiebedrijf heeft net een hybride groene obligatie uitgebracht met een vaste coupon van 2,25 procent per jaar, met einddatum in 3017, duizend jaar in de toekomst", schrijft Fels.

Rentevoeten over 1000 jaar

Deze millenniumobligatie heeft de econoom aan het denken gezet. Hoe zouden de rentevoeten de komende 1000 jaar zich ontwikkelen? Met historische gegevens kunnen we volgens Fels misschien een beredeneerde gok maken. Paul Schmelzing, een historicus aan Harvard, verzamelde namelijk onlangs de cijfers die aangeven hoe de reële rentevoet en inflatie de afgelopen 700 jaar zijn geëvolueerd. 

Volgens Schmelzing kwam de reële rentevoet de voorbije 700 jaar gemiddeld uit op 4,8 procent en de inflatie op 1,1 procent. De komende 10 eeuwen kan de nominale rentevoet dus gemiddeld 5,9 procent bedragen, een stuk boven het huidige niveau. Als dat klopt, zullen de beleggers die net de Deense obligatie met een coupon van 2,25 procent hebben gekocht, er op de lange termijn niet al te slim uitzien.

Huidige rente volgt historische trends

Maar als je de historische gegevens van Schmelzing van naderbij bekijkt, zie je dat de reële rentevoet de afgelopen 700 jaar een lineair neerwaartse trend heeft gevolgd. Gemiddeld zijn de rentevoeten 1,6 basispunten per jaar, of 1,6 procent per eeuw, gedaald. Interessant is volgens Fels dat ook de huidige renteniveaus binnen deze lineaire trend passen. De huidige rentes zijn dus niet abnormaal laag, maar volgen gewoon historische trends.

"The trend is your friend", zeggen Engelstalige beleggers graag, en als die lineair dalende lijn van 1,6 basispunten per jaar zich de komende 1000 jaar doorzet, dan zou de reële rentevoet tegen 3017 uit moeten komen op min 16 procent. Als ook de jaarlijkse 1 procent inflatie zich zou doorzetten, komen we over duizend jaar uit op een nominale rente van min 15 procent. 

Als het zo uitdraait, mogen de nazaten van de beleggers die deze week de Deense millenniumobligatie hebben gekocht, hun beide handen kussen, concludeert Fels. De econoom gaat er hierbij wel van uit dat de Deense uitgever van de obligatie er nog steeds zal zijn, en dat hij ook de obligatie kan aflossen. Ook laat hij even in het midden of rentevoeten echt tot -15 procent kunnen zakken. Maar bankbiljetten en munten zullen tegen 3017 wellicht verdwenen zijn, wat diep negatieve rentes een mogelijkheid maakt.

Cycli in rentevoeten

De data van Schmelzing tonen ook cycli in rentevoeten, die rond die lineair dalende trend fluctueren. Schmelzing identificeert negen historische neerwaartse rentecycli, die telkens gevolgd werden door een stijging. De huidige en negende rentedaling duurt al 34 jaar, en is de op een na langste cyclus ooit.

De vorige acht neerwaartse rentecycli duurden gemiddeld 26 jaar. De daaropvolgende renteopstoot was telkens behoorlijk sterk: gemiddeld 315 basispunten tijdens de eerste twee jaar. Twee keer steeg de rente zelfs meer dan 600 basispunten. In de meeste gevallen werden de neerwaartse trends gebroken door rampen of geopolitieke gebeurtenissen, zoals de Dertigjarige Oorlog of de Tweede Wereldoorlog.