Als er ooit een mooiere kans was om te impliceren dat het monetaire roer in Europa van harte om zal gaan, dan was het deze week wel. De ECB staat echter niet te springen op te stoppen met steunen. 

De ECB gaat vanaf januari volgend jaar in plaats van 60 miljard euro 30 miljard euro aan staats- en bedrijfsobligaties uit de eurozone spenderen. Dat blijft ze doen op zijn minst tot en met september volgend jaar en we moeten er rekening mee houden - zo benadrukte de ECB - dat het wel eens langer kan worden mocht dat nodig zijn. Dat schrijft macro-econoom Edin Mujagic op IEXProfs.nl.

De ervaring leert dat aan de voorwaarde mocht dat nodig zijn vrij snel voldaan kan worden als we het over de ECB hebben. Een maand met slechte inflatiecijfers bijvoorbeeld en de bank zou wel eens al om kunnen zijn.

Alle opties open houden

Mario Draghi, President van de ECB, voegde er ook nog eens aan toe dat het einde van het QE-beleid in de eurozone, wanneer dat einde ook komt, niet een abrupt einde zal zijn. Dat betekent dat zelfs als de ECB in september volgend jaar zou besluiten QE te beëindigen, de echte stop enkele maanden later zou zijn.

Geen abrupt einde betekent namelijk een langzame afbouw vanaf dat moment, bijvoorbeeld met vijf of tien miljard euro per maand. Tussen het moment van het begin van het einde van het QE-beleid in de eurozone, januari 2018, en het daadwerkelijk stoppen ermee, zal dus minstens twaalf maanden zitten en waarschijnlijk meer.

Ter vergelijking: het op zich ook langzame einde van het QE in de VS duurde tien maanden. En dan is er ook nog het eind dat de ECB herhaalde de optie om het QE te verlengen en/of uit te breiden, nadrukkelijk open houdt.

ECB mist kans

Omdat een zeer ruime meerderheid van het bestuur voorstander is van zo'n lange QE-remweg, zegt dat allemaal dat de bank die remweg inzet omdat ze het niet langer aan de markt kan verkopen QE ongewijzigd te laten, gegeven de behoorlijk veranderde economische omstandigheden sinds 2015.

Met andere woorden: de bank bouwt het QE-beleid alles behalve van harte af. Het verbaast dan ook niet dat de officiële rente op 0 procent zal blijven gedurende een aanmerkelijk lange periode na het definitieve einde van het QE-beleid, zoals de ECB liet weten.

Als er ooit een mooiere kans was te impliceren dat het roer van harte om zal gaan, dan was het deze week wel. De ECB deed dat nadrukkelijk niet. Zoals zo vaak, spreekt een klein detail boekdelen.

Liever lang ruim

De ECB had kunnen zeggen de omvang van QE per december te halveren in plaats van januari 2018. Feitelijk zou dat niet veel uitgemaakt hebben, maar de symbolische waarde, dat de bank maar wat graag het monetaire beleid wil normaliseren, was groot geweest.

De ECB deed dat niet. Mijn vermoeden is dat Draghi een herhaling van het fiasco uit 2011 wil voorkomen. Toen verhoogde de bank de rente, wat later veel te vroeg en gewoon verkeer beleid bleek te zijn. De ECB wil niet over een paar jaar concluderen dat ze met het stoppen met QE ook veel te vroeg is geweest.

Liever trekt de bank in de toekomst de conclusie dat ze het monetaire beleid te lang te ruim hield. Het monetaire beleid in de eurozone blijft nog heel lang zeer ruim en de ECB maakt dat alles behalve graag minder ruim.

Niet uit monetaire hoek

De bank kan bovendien tussen nu en de herfst van 2018 altijd wel een reden vinden met QE langer door te gaan. Dat is alles behalve slecht nieuws voor de aandelenmarkten. Als er slecht nieuws voor die markt de komende tijd komt, dan zal dat vrijwel zeker niet uit de monetaire hoek zijn.

Hoe lang de rente nog op 0 procent blijft staan of zelfs hoe groot de kans is dat het QE-beleid langer duurt, dan tot en met september 2018, kan in december al duidelijker worden wanneer de ECB-economen hun nieuwste ramingen voor inflatie in de eurozone in 2019 en 2020 publiceren.
 

Quantitative easing

Quantitative easing (QE) is in de eurozone gestart in 2015, toen de inflatie op 0 procent lag of zelfs eronder en de economische groei niet veel daarvan afweek.

Aangezien de ECB de opdracht heeft voor iets minder dan 2 procent inflatie per jaar te zorgen en 0 procent rente daarvoor niet leek te zorgen, zette de bank grof geschut in, in de vorm van QE dus.

Een van de belangrijkste bijeffecten van het QE-beleid is de enorme stijging van de aandelen- en obligatieprijzen. Bijna drie jaar later is de situatie heel anders. De economische groei is hoog en de inflatie ligt met circa 1,5$ lichtjaren verwijderd van 0 procent en het gevaar van deflatie vandaan.