Veel beleggers doen er goed aan om een geconcentreerde portefeuille aan te houden. Zeker nu, in een tijd waarin er geen einde lijkt te komen aan de financiering door centrale banken, is het beter u alleen te richten op beleggingen waar u echt in gelooft.

Dat vindt althans Alexandra Morris van Skagen. In een note schrijft zij: "Wetenschappelijk onderzoek van Cohen, Polk en Sill uit 2010 heeft aangetoond dat geconcentreerde portefeuilles meer kans hebben op outperformance dan zeer brede portefeuilles." 

2,6 procent meer

"Het blijkt dat de posities waarvan de fondsbeheerder het meest overtuigd is, niet alleen prima rendementen opleverden, maar ook de markt én andere aandelen in de portefeuille overtroffen. Het verschil kan wel oplopen tot 2,6 procent per kwartaal."

Ook Skagen zelf heeft deze filosofie de afgelopen drie jaar doorgevoerd. Voor de portefeuilles Kon Tiki en Global zijn de posities teruggebracht van meer dan 100 naar respectievelijk 52 en 44.

Kwaliteitsdrempel

Volgens Morris is het grote voordeel dat er een soort ‘kwaliteitsdrempel’ opgeworpen wordt. "Er zijn minder plekken beschikbaar in de portefeuille en kandidaat-aandelen moeten ‘strijden’ om een plekje."

Het risico van een geconcentreerde beleggingsportefeuille is dat het tot meer volatiliteit kan leiden. Daarom is het zorgvuldig uitkiezen van aandelen nog belangrijker. "Als het echt goede aandelen zijn, kunnen ze tegen negatieve businesscycli beschermen. En het is makkelijker om een kleinere portefeuille in de gaten te houden."

Bekijk ook: Portefeuille spreiden? Let op deze vier dingen