Mario Draghi werd in 2012 beroemd met de woorden: "De ECB is bereid alles te doen wat in haar macht ligt om de euro te redden. En geloof me het zal genoeg zijn."

Inmiddels zijn vijf jaar verstreken. De verlaging van de rente en het opkopen van effecten heeft veel succes gehad, maar ook voor enkele schaduwzijden gezorgd.

Andrea Ianelli van vermogensbeheerder Fidelity heeft de belangrijkste vijf op een rij gezet, en hij concludeert dat alleen de inflatie nog te laag is.

Zuid-Europa is gered

Het grootste succes van Draghi was dat beleggers het vertrouwen hebben terugkregen in Zuid-Europa. De renteverlagingen en de opkoop van miljarden aan staats- en bedrijfsobligaties was de voornaamste reden dat de rente in Zuid-Europa terugzakte tot normale niveaus.

In Italië daalde de rente op een tienjarige staatslening van 7,24 procent in november 2011 naar 2,2 procent op dit moment. Hetzelfde beeld laten de grafieken van de Spaanse, Portugese en zelfs Griekse tienjaarsrente zien.

Superbalans

Het opkopen van effecten zorgde er wel voor dat de ECB een veel grotere balans kreeg. Er werd 1000 miljard euro in de banken gestoken via de Long Term Refinancing Operations.

Nog eens 2000 miljard werd aangewend om staats- en bedrijfsobligaties te kopen. Alles bij elkaar zwol daardoor de balans aan van 2750 miljard begin 2012 tot 4000 miljard nu. Dat staat gelijk aan 35 procent van het bbp (bruto binnenlands product) van de eurozone.

Volgens veel economen is dat een onwenselijke situatie. Ten eerste kan de ECB al die effecten niet eeuwig op zijn balans houden. Ten tweede zijn belangrijke prikkels verloren gegaan. Overheden hebben bijvoorbeeld veel minder snel hervormd dan eerder als wenselijk werd gezien.

Credit spreads

Niet alleen overheden zagen hun rentelasten dalen, ook banken konden veel goedkoper terecht op de kapitaalmarkt. De credit spreads (het verschil tussen de rente op gewone obligaties en die op staatsobligaties) zijn sinds 2012 sterk gedaald.

Bij leningen met een hoge rating ging de spread van 300 basispunten naar 100 en bij leningen met een hoog risico doken ze van meer dan 1000 basispunten tot onder 400.

Een beetje groei

Het heeft lang geduurd voordat de ECB-rentepolitiek ook effect kreeg op de reële economie, maar het begint er nu wel steeds beter uit te zien. In 2015 kwam de eurozone uit de recessie en nu gaat de groei weer richting een normaal niveau van 2 procent.

Inflatie blijft te laag

Een ding is niet gebeurd waar de ECB wel op had gehoopt, het substantieel aantrekken van de inflatie. Dit zou het voor landen en bedrijven met veel schuld een stuk makkelijker maken. Immers hoe hoger de inflatie, des te sneller wordt de schuld minder waard. Bovendien heeft inflatie een stimulerend effect op consumenten en bedrijfsinvesteringen. Maar die vlieger gaat dus niet op. 

Ianelli's conclusie is dan ook dat de ECB veel gedaan heeft, maar dat de tijd nog niet rijp is om het monetaire beleid minder ruim te maken. Hij zit daarmee op dezelfde golflengte als het IMF.