Joseph Stiglitz, winnaar van de Nobelprijs voor de Economie, denkt dat de euro het niet gaat redden. Volgens hem zou het weleens sneller mis kunnen gaan dan de grootste pessimisten denken.

Hij beschouwt de invoering van de munt als de belangrijkste reden dat de eurozone economisch zo slecht draait, schrijft IEXProfs op basis van een commentaar door Stiglitz op Fortune

De rijken rijker, de armen armer

Volgens Stiglitz rust het europroject op de verkeerde aanname dat de verschillende economieën wel naar elkaar toe zullen trekken, zolang overheden in staat zijn de overheidsfinanciën op orde te houden. In werkelijkheid is volgens Stiglitz precies het omgekeerde gebeurd. De rijke landen werden rijker, de arme armer. 

De euro zou volgens de econoom nog wel toekomst kunnen hebben als de Europese arbeidsmobiliteit wat sterker zou zijn en als de financiën niet langer per staat zouden worden geregeld. Stiglitz verbaast zich erover dat de eurozone nog altijd geen algemene depositogarantie kent en dat elk land de bankaire problemen op geheel eigen wijze oplost.

Draagvlak brokkelt af

En dan zijn er volgens Stiglitz nog de grote intellectuele verschillen. Neem de eenvoudige vraag: wat is goed crisisbeleid? Volgens Duitsland (en ook Nederland) zijn bezuinigingen in combinatie met hervormingen de oplossing van de problemen. In de zuidelijke landen heeft dit combinatiemedicijn volgens Stiglitz juist een averechtse werking gehad.

Het gevolg? Steeds meer Europese burgers keren zich tegen de euro. Het eurodraagvlak glijdt weg. Om de euro alsnog te redden zullen de rijke landen meer solidariteit moeten tonen met de armere landen en ook meer de wil moeten hebben de Europese instituties te versterken, waardoor effectieve hervormingen wel mogelijk zijn.

Stiglitz ziet de noodzakelijke Europese solidariteit niet komen. Volgens hem is het slechts een kwestie van tijd voordat "Europa terugkijkt op een interessant, goedbedoeld experiment dat mislukt is".

Lees ook: Flinke tegenvallers zijn normaal