​Hogere olieprijzen geven de economie een impuls terwijl lage prijzen de groei eerder belemmeren, stelt Goldman Sachs. 

Als olieprijzen stijgen komt er meer geld binnen dan eruit gaat bij landen zoals Saoedi-Arabië. Dat geld wordt via de financiële markten naar de rest van de wereld gedistribueerd. Dat is goed voor de waarde van beleggingen en het consumentenvertrouwen, schrijven twee analisten van de Amerikaanse grootbank.

De vergelijking met de jaren zeventig toen door onrust in het Midden-Oosten de olieprijs een zwieper omhoog maakte en de wereld in een recessie duwde, loopt spaak volgens de analisten.

Destijds vloeide het geld uit ontwikkelde landen, waar de consumptie op een hoog niveau lag, naar opkomende markten, waar dat niet het geval was. Daardoor werd geld onttrokken aan het systeem en stagneerde de economie.

Productiebeperking 

Sinds de eeuwwisseling wordt via het financiële systeem juist geld gedistribueerd van olieproducerende landen naar de rest van de wereld. Dat verklaart ook waarom de groei accelereerde van de wereldeconomie toen de prijs van een vat olie door de grens van honderd dollar ging en vertraagde toen de olieprijs in een vrije val kwam.

Goldman Sachs, de grootste grondstoffenhandelaar op Wall Street, verwacht dat de prijs van een vat West Texas Intermediate (WTI) in het eerste kwartaal van 2017 zal stijgen naar 55 dollar, tegen nu 45 dollar.

De bank gaat ervan uit dat de Opec tot een akkoord komt over het beperken van de productie.