AMSTERDAM - Sommigen noemden hem ten onrechte een 'kroongetuige'. Dat was Bram Zeegers nou juist níet. Hij was in september 2004, zo'n vier maanden na de liquidatie van zijn goede vriend Willem Endstra, naar de politie gestapt om te vertellen wat hij allemaal wist, in de hoop dat het zou bijdragen aan het oplossen van de moord.

Daar stond niets tegenover - Zeegers had geen 'deal' met politie en justitie. Zijn getuigenis was cruciaal, maar Zeegers was "een doodgewone getuige", zei officier van justitie Koos Plooij vorige week nog.

In de maanden na dat eerste gesprek, legde Zeegers tegenover de officieren van justitie Plooij en Fred Teeven vijftien uitvoerige verklaringen af. Daarin bevestigde hij in grote lijnen wat Endstra in een reeks geheime gesprekken - de zogeheten Achterbankgesprekken - met de politie had verteld: Endstra werd voor miljoenen euro's afgeperst door zijn gewezen vriend Willem Holleeder.

Op Zeegers' verzoek deponeerde justitie zijn verklaringen eerst in een kluis. Kort voor aanvang van het proces-Holleeder in april van dit jaar, zette Zeegers het sein op groen: zijn verklaringen mochten aan het omvangrijke dossier-Kolbak worden toegevoegd.

Bunker

Op 1 en 2 oktober maakte Zeegers zijn opwachting in de zittingszaal van de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp, waar Holleeder momenteel terechtstaat voor onder meer de afpersing van Endstra. Zeegers formuleerde heel precies en liet zich onder de zware druk niet van zijn stuk brengen.

Op zijn eigen verzoek was hij alleen zichtbaar voor de professionele procesdeelnemers en de verdachten. Voor pers en publiek ging hij schuil achter een groot zwart scherm. Wederom op zijn eigen verzoek had hij op dat zwarte scherm een foto laten plakken die enkele jaren geleden was genomen van hemzelf en Willem Endstra. Op de foto waren van Zeegers slechts rug en achterhoofd zichtbaar.

Stille Willem

In zijn getuigenis schetste Zeegers, geflankeerd door zijn advocaat Jurjen Pen, de laatste opgejaagde, paranoïde jaren van zijn vriend Endstra, bijgenaamd Stille Willem, die volledig bij criminelen in de tang zat, Holleeder voorop.

Ook verhaalde de zoetgevooisde Zeegers waarom hij in 1998 de advocatuur de rug had toegekeerd. Dat was niet alleen omdat hij strafrechtelijk in de problemen raakte, maar ook om voor zijn zieke moeder te kunnen zorgen. En na twintig jaar rechtspraktijk had hij het ook wel een beetje gezien, zei hij.

Stoep

Toen Endstra op 17 mei 2004 werd doodgeschoten op de stoep van zijn kantoor aan de Amsterdamse Apollolaan, was Zeegers in dat kantoor. Hij rende na de dodelijke schoten als een van de eersten naar buiten, samen met Endstra's broer Haico.

Aan het slot van zijn lange getuigenverhoor ter zitting, vorige week, vroeg Willem Holleeder de oud-advocaat waarom hij hem nooit had gevraagd wat er "in hemelsnaam" aan de hand was. Dat contact hadden wij niet, antwoordde Zeegers. "Ik kende jou alleen via Wim Endstra en ik was zijn adviseur. Dan pak je niet even de telefoon. Wij hadden geen rechtstreekse contacten."

Ook na de moord had Zeegers Holleeder nog een aantal malen gezien. Tegen Holleeder zei hij in de rechtszaal: "Ik weet niet of jij Wim vermoord hebt." Holleeder antwoordde daarop nauwelijks hoorbaar: "Dat heb ik ook niet."