De aanslagen op de Verenigde Staten op 11 september 2001 waren een keerpunt voor de hele wereld. In de twintig jaar die sindsdien zijn verstreken, hebben zich in tegenstelling tot landen om ons heen in Nederland geen grootschalige aanslagen vanuit jihadistische hoek voorgedaan. Toch zijn de gevolgen van 9/11 ook in Nederland nog altijd merkbaar.

Door 9/11 kwam er een einde aan de naïviteit over moslimextremisme in Nederland, stelt Edwin Bakker, hoogleraar Terrorisme en Contraterrorisme aan het Institute of Security and Global Affairs in Den Haag.

"De veiligheidsdiensten waarschuwden voor 9/11 al voor radicale elementen in de Nederlandse moslimgemeenschap. Na 9/11 gingen ook journalisten uitzoeken hoe het nou zat met jihadisme en of dat ook bij ons voorkwam. Dat bleek inderdaad zo te zijn", aldus Bakker.

"Er werd een nieuw vraagstuk blootgelegd, dat sindsdien ook niet meer is weggegaan. Daarom werd het ook in de politiek minder taboe om over islamitisch extremisme te spreken."

Veiligheid werd na de aanslagen ineens topprioriteit. Overal in de wereld werden zowel zichtbare als onzichtbare veiligheidsmaatregelen aangescherpt, ook in Nederland. Zo waren militairen zichtbaarder op straat, werden er vaker betonblokken voor ingangen van gebouwen en openbare plekken gelegd, en werd het verplicht jezelf altijd te kunnen identificeren. Veel van die maatregelen gelden nog altijd.

"We kijken tegenwoordig ook met een veiligheidsbril naar alles in de wereld, van migratie tot overboekingen van geld", aldus oud-diplomaat Peter Knoope, tegenwoordig als terrorisme-expert verbonden aan het Instituut Clingendael.

"Het is een pakket van maatregelen waar we twintig jaar geleden mee zijn begonnen. Er hangen tegenwoordig bijvoorbeeld ook overal camera's, dat was twintig jaar geleden echt ondenkbaar."

Na 9/11 verschenen er vaker betonblokken voor ingangen van gebouwen en openbare plekken, om te voorkomen dat er voertuigen op in konden rijden.

Na 9/11 verschenen er vaker betonblokken voor ingangen van gebouwen en openbare plekken, om te voorkomen dat er voertuigen op in konden rijden.
Na 9/11 verschenen er vaker betonblokken voor ingangen van gebouwen en openbare plekken, om te voorkomen dat er voertuigen op in konden rijden.
Foto: ANP

Nederlandse instanties gingen na 9/11 meer samenwerken op het gebied van antiterrorisme. Zo werd in 2005 de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding opgezet om het antiterrorismebeleid te coördineren.

Daarnaast werden gemeenten intensief betrokken in de zoektocht naar vroege uitingen van radicaal gedrag. Zogenoemde radicaliseringsmedewerkers konden zo in een vroeg stadium al praten met mensen die dreigden te radicaliseren.

"Het contact met bevolking op wijkniveau is echt belangrijk geweest", aldus Knoope. "Het toonde de relevantie en toegevoegde waarde van echt contact tussen burger en overheid."

De grootste terreuraanslagen met jihadistisch motief in Europa sinds 9/11.

De grootste terreuraanslagen met jihadistisch motief in Europa sinds 9/11.
De grootste terreuraanslagen met jihadistisch motief in Europa sinds 9/11.
Foto: NU.nl/Bart-Jan Dekker

De Nederlandse aanpak is relatief succesvol geweest. Nederland kreeg beduidend minder te maken met terroristische aanslagen dan andere landen in het westen, zoals Frankrijk, Duitsland, België en het Verenigd Koninkrijk.

"Er zijn aantoonbaar aanslagen voorkomen dankzij onze brede aanpak", aldus Bakker. "We kunnen nooit precies weten hoeveel, maar het is duidelijk dat we niet zomaar geluk hebben gehad. We hebben echt die extremistische internationale netwerken ook in Nederland gehad. Die dreiging werd snel serieus genomen, waardoor veel verijdeld kon worden dankzij contraterrorisme."

Knoope wijst op de preventieparadox, waarbij mensen denken dat er niks aan de hand is, juist omdat iets niet heeft plaatsgevonden. "Het is ingewikkeld om te toetsen wat er nou precies is voorkomen en welke rol het beleid daarin gespeeld heeft. Maar we kunnen stellen dat de preventie hier effectief is gebleken."

Wat is de preventieparadox?
113
Wat is de preventieparadox?

Door de succesvolle aanpak is voor veel Nederlanders een aanslag geen dagelijkse zorg. "De kans dat je als Nederlander slachtoffer bent van een aanslag, is gewoon heel klein", meent Knoope. "De gemiddelde Nederlandse burger maakt zich er weinig zorgen over."

Nederlanders zijn veel van de veiligheidsmaatregelen normaal gaan vinden, ziet Bakker. "Op veiligheidsgebied is echt een andere cultuur ontstaan, maar we zijn eraan gewend geraakt."

Die veiligheid heeft echter ook een keerzijde, namelijk een groeiend wantrouwen van burgers tegen de overheid als gevolg van de meer ingeperkte vrijheden. Mogelijk is de belangrijkste impact van 9/11 misschien wel tevens de meest geruisloze en subtiele.

"Het is een voortdurend dilemma, de balans tussen vrijheid en veiligheid", beaamt Knoope. "De vraag blijft altijd in hoeverre het proportioneel is, we hebben stukje bij beetje veel vrijheid ingeleverd de afgelopen twintig jaar. Mensen krijgen al gauw het idee dat de overheid zich er te veel mee bemoeit."

Bakker sluit zich daarbij aan. "De een heeft er meer moeite mee dan de ander, maar het is zeker niet naïef om je zorgen te maken over je privacy. Zelfs als daar veiligheid tegenover staat."