WASHINGTON - De Verenigde Staten moeten 'veiliger, sterker en verstandiger worden'. De Amerikaanse regeringscommissie die de aanslagen van 11 september 2001 onderzocht presenteerde in 2004 een resoluut doel en 585 bladzijden aan voorstellen om dat te bereiken.

In de tien jaar die verstreken na de aanslagen hebben opeenvolgende regeringen in Washington ingrijpende besluiten genomen, ten minste twee oorlogen gevoerd en duizelingwekkende hoeveelheden dollars uitgegeven.

Een nieuwe aanslag van dezelfde orde is de VS bespaard gebleven. Volgens Lee Hamilton, een van de commissievoorzitters, is dat te danken aan hard werk onder een gunstig gesternte.

Welke aanbevelingen deden Hamilton en zijn collega's voor het Amerikaanse buitenlandbeleid na het 'tweede Pearl Harbor'? En wat kwam er van die adviezen terecht? Een terugblik op de inspanningen, het slagen en falen van de Amerikaanse buitenlandpolitiek na 11 september 2001.

Aanbeveling: "Afghanistan mag niet weer een vrijplaats voor wereldwijde misdaad en terrorisme worden." De commissie pleitte voor een 'langjarige toewijding aan een veilig en stabiel Afghanistan'.

Resultaat: De Amerikaanse betrokkenheid werd inderdaad langdurig en trok een zware wissel op de schatkist en de strijdkrachten. Maar een veilig Afghanistan is ver weg. Het aantal burgerdoden blijft zorgwekkend hoog. De door corruptie geplaagde regering van president Hamid Karzai heeft buiten de hoofdstad Kabul weinig te zeggen.

Nu president Barack Obama de Amerikaanse troepen de komende drie jaar uit Afghanistan terugtrekt, dreigt de positie van de Afghaanse regering nog wankeler te worden. Maar Al-Qaeda is goeddeels verdreven naar Pakistan en Jemen, waar zwakke regeringen het terreurnetwerk minder in de weg leggen.

Aanbeveling: "De VS moeten de strijd van de Pakistaanse regering tegen extremisten stutten met een alomvattend steunpakket dat strekt van militaire hulp tot onderwijssteun, mits de Pakistaanse leiders bereid blijven ook zelf moeilijke keuzes te maken."

Resultaat: Jarenlang werd Pakistan bestuurd door een junta onder Pervez Musharraf, maar onlangs brachten verkiezingen een nieuw democratisch bewind. Extra hulp uit Washington heeft de nieuwe regering helpen schragen en enig succes in de strijd tegen het terrorisme helpen boeken. Maar ondanks al die Amerikaanse hulp en steun zijn de banden tussen extremisten en de Pakistaanse veiligheidsdiensten nog springlevend.

De Taliban gebruiken het buurland als uitvalsbasis voor aanvallen op Amerikaanse troepen in Afghanistan, en de Pakistaanse bevolking koestert een diepe weerzin tegen de Verenigde Staten.

De betrekkingen tussen Washington en Islamabad zijn onveranderd moeizaam. De liquidatie van Osama bin Laden in een Pakistaanse garnizoensstad versterkte de onderlinge spanningen en achterdocht nog. Pakistan was woedend omdat de regering in Islamabad niet vooraf op de hoogte was gebracht en de militaire samenwerking leed onder de bekoelde betrekkingen. Veel Amerikanen vragen zich af waarom zij miljarden overmaken aan het land dat hun aartsvijand onderdak lijkt te hebben geboden.

Aanbeveling: "De problemen in de betrekkingen tussen de VS en Saudi-Arabië moeten openlijk worden aangepakt."

Resultaat: Saudi-Arabië bevecht Al-Qaeda op eigen houtje, en steunt de Verenigde Staten tegen Iran. Maar het regime krijgt geen vat op het anti-Amerikanisme van de Saudische bevolking en bekijkt de Arabische Lente, anders dan de VS, met argusogen.

De oproep van de commissie in het vervolg 'samen te streven naar politieke en economische hervormingen' kreeg nog geen gehoor.

Aanbeveling: Een nieuwe benadering van de islamitische wereld, die minder ruimte laat voor ondemocratische regeringen. '"De Koude Oorlog heeft ons geleerd dat de winst die samenwerking met de meest onderdrukkende en wrede regeringen op korte termijn oplevert al te vaak niet opwoog tegen de schade die dat beleid toebracht aan de Amerikaanse belangen en het Amerikaanse aanzien in de wereld."

Resultaat: De regering-Obama heeft de Arabische Lente aangegrepen om het buitenlandbeleid om te vormen. Niet langer steunt Washington machthebbers als de Egyptische autocraat Hosni Mubarak; het streeft naar democratische hervormingen en respect voor de mensenrechten.

De regering hoopt dat nieuwe Arabische democratieën gefrustreerde jongemannen de kans bieden op te klimmen, zodat zij minder vatbaar zijn voor de lokroep van extremisten. Maar het vastgelopen vredesproces in het Midden-Oosten, de vele burgerdoden in Afghanistan en Obama's gebroken belofte de gevangenis op Guantanamo Bay te sluiten hinderen de grote schoonmaak van het Amerikaanse blazoen.

Aanbeveling: "De VS moeten andere landen betrekken bij het ontplooien van een brede samenwerkingsstrategie tegen moslimterrorisme."

Resultaat: President George Bush wist tal van landen na de aanslagen van 11 september 2001 achter zich, maar die eensgezindheid versplinterde toen de VS in 2003 Irak binnenvielen. Toch werken veel inlichtingendiensten wereldwijd nog altijd samen met hun Amerikaanse evenknieën. Geen staat heeft Al-Qaeda openlijk onderdak geboden.

De verkiezing van Barack Obama bracht bovendien een frisse wind. Landen die om de haverklap klaagden over het eigengereide en dwingende optreden van Bush begroetten zijn opvolger welwillend en toonden zich weer tot samenwerking bereid.