Met onder andere een school, vergaderzalen en badhuis was het Joods Gemeentegebouw in Haarlem het broeiend centrum voor de joodse gemeenschap in de stad. Na de oorlog heeft het pand lange tijd verschillende eigenaren gehad, maar inmiddels is een deel teruggegeven aan de joodse gemeenschap.

Eind negentiende eeuw was het joods Gemeentegebouw in de Lange Wijngaardstraat in het centrum van Haarlem een plek waar de joodse gemeenschap samenkwam. "Er werden hier feestjes gegeven en lief en leed gedeeld. Het was ook een plek waar werd vergaderd, kinderen gingen er naar de godsdienstschool en er werden geboorteaangiftes gedaan. Het was echt het centrum voor de Haarlemse joden van toen", vertelt kunsthistoricus Wim de Wagt.

De Wagt, sinds vorig jaar voorzitter van de Stichting Joods Gemeentegebouw Haarlem, weet veel van de geschiedenis van het statige pand en de verhalen die er volgens hem nog ronddolen.

"Tijdens de oorlog was dit gebouw een van de laatste plekken waar joden konden komen. Er werd in de achtertuin een speelplaats voor kinderen ingericht en voor de ouderen was er een café omdat dit soort plekken verboden waren voor joden."

Schrijnender zijn de laatst overgebleven notulen van een vergadering waarin staat te lezen over de eerste grote deportatie van Haarlemse joden in de nacht van 25 op 26 augustus 1942.

Trouwen in de oorlog

"Bij die deportatie zaten ook de bewoners van Gemeentegebouw, de conciërge de heer Nathanni Moses Zilversmit, zijn vrouw Minna Zilversmit-Hes en hun jongste dochter, Friederika."

Hun dochter had zich drie weken eerder verloofd met David Goud, zoon van een bakker aan de Jansstraat. Het verliefde stel trouwt in bijzijn van de families na aankomst in Westerbork. Allen behalve David worden enkele dagen later vergast in Auswitch. David sterft maanden later, ergens in Midden-Europa.

Na de oorlog hebben de joodse overlevers moeite om het pand terug te krijgen. Hierin speelt Joh. Enschede, die tijdens de oorlog ruimtes van het pand in gebruik heeft genomen, geen positieve rol en zij hebben volgens De Wagt bepaald niet meegewerkt om het pand terug te geven. Uiteindelijk wordt het pand door de joden in 1951 verkocht aan de gemeente Haarlem die het inricht als onderkomen voor de verkeerspolitie.

Als in de jaren zeventig de verkeerspolitie vertrekt, komen er krakers in het pand. Tegenwoordig wordt het kroonjuweel van de joodse gemeenschap nog door een iemand bewoond. Maar er zijn nog steeds sporen te vinden van de oude, vooroorlogse grandeur.

Doel is verhalen vertellen

Nu een deel van het pand weer toekomt aan de oorspronkelijke eigenaren is het doel van de Stichting joods Gemeentegebouw Haarlem om de verhalen van weleer er te vertellen.

"Naast appartementen komt er in de oude vergaderzalen een joods cultuurhistorisch centrum waarmee we door middel van exposities, lezingen en concerten de verhalen van de joodse gemeenschap vertellen." In 2024 moet het centrum klaar zijn.

Naast dat de gemeente heeft ingestemd om het Joods Gemeentegebouw in te richten als cultureel centrum, heeft de gemeente ook het onderhoud van de joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart overgenomen. De gemeente is zich bewust van de grote joodse gemeente van voor de oorlog en vindt het belangrijk om het erfgoed te onderhouden.