De blauwe tram die tot begin jaren zestig in Den Haag en Haarlem reed, gaat opnieuw rijden. Haarlemse railinspecteur Wim Beukenkamp gaat het voertuig herbouwen.

Beukenkamp krijgt steun vanuit fondsen en particulieren en de zeer gedetailleerde bouwtekeningen bleken nog in de archieven van het Spoorwegmuseum te liggen.

Bij een las- en constructiebedrijf in het West-Friese dorp Winkel wordt zijn 'Nieuwe Blauwe Tram' als een bouwpakket in elkaar gezet. Over een paar weken wordt het stalen gevaarte overgebracht naar de Haarlemse Waarderpolder, waar de 'finishing touch' plaats zal vinden.

Het model dat nu in Winkel wordt gebouwd, is de A619/A620, oftewel een 'tweelingstramstel'. Het is het allerlaatste 'Blauwe Tram'-model en werd in 1932 ontworpen. Hij reed tussen Haarlem en Leiden en later ook richting Scheveningen. Het vernieuwende bij dit model is dat de twee wagons via een bewegende sluis aan elkaar vastzitten. Daar kon je als passagier dus gewoon doorheen lopen. Er was plek voor 46 zittende en 78 staande passagiers.

Het duurt nog wel even voordat de tram echt gaat rijden. Dat zal dan in Den Haag gebeuren, want in Haarlem liggen geen tramrails meer. Overigens wordt daar momenteel wel weer gediscussieerd over de herintrede van de trams in de stad.

De Haarlemse railinspecteur hoopt van harte dat de tram op een dag weer door zijn stad zal rijden, maar met een eerste rit in Den Haag is hij ook blij. "Het wordt een vervulling van een levenswens. Een droom wordt vijftig jaar later werkelijkheid, dat is geweldig."