Het monumentale hek van de Joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart in Haarlem moet snel gerestaureerd worden, zegt voorzitter Ruben Boas van de afdeling Noord-Holland Noordwest van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.

De top van een van de stenen hoekpilaren laat gevaarlijk los.

Het hek staat om graven van meer dan honderd jaar oud die een beeld geven van de Joodse gemeenschap in Haarlem. Op sommige grafstenen staat gegraveerd dat de persoon in 1943 in Sobibór is vermoord. Het is de harde werkelijkheid, waardoor de Joodse gemeenschap in Haarlem ondertussen nog maar 250 zielen kent.

Er is maar weinig geld in de kas van de Joodse gemeenschap in Noord-Holland om de Haarlemse begraafplaats goed te onderhouden. Onlangs heeft de gemeente Haarlem besloten het groenonderhoud voor haar rekening te nemen, net zoals al bij de Joodse begraafplaatsen in Alkmaar en Zaanstad gebeurt. Dat scheelt 10.000 euro per jaar.

Voor het hekwerk is voorzitter Ruben Boas van de regionale afdeling van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap nog op zoek naar financiering. Iets minder dan de helft van de benodigde 75.000 euro heeft hij nu gesubsidieerd gekregen.

"Stel dat we uiteindelijk niet uitkomen, dan is de gemeente bereid om het sluitstuk te vergoeden." Dat staat nog niet zwart op wit, maar Boas hoopt wel dat de gemeente zich aan deze toezegging houdt.

Boas denkt dat de hulp van de gemeente een keerpunt is van meer besef voor de tijd na de oorlog, toen de Joden terugkeerden uit de kampen en vaak niet meer in hun huizen konden omdat ze verkocht waren.