De rechtbank Noord-Holland heeft dinsdag het onderzoek in de strafzaak tegen de 45-jarige Haarlemmer Bashir K. heropend. Reden voor de heropening is dat er volgens de officier van justitie nieuwe informatie aan het licht is gekomen.

K. wordt ervan verdacht zijn zwangere echtgenote en haar ongeboren kind van het leven te hebben beroofd. Daarna zou hij hun flat aan de Rudolf Steinerstraat in brand hebben gestoken. Twee weken geleden is de zaak inhoudelijk behandeld en dinsdag zou de rechtbank uitspraak doen.

Tegen K., die altijd heeft ontkend, was twintig jaar cel geëist en het strafrechtelijk onderzoek was officieel afgerond. Toch heeft de officier van justitie aan de rechtbank gevraagd het onderzoek te heropenen.

De mobiele telefoons van de verdachte die in beslag waren genomen, zijn namelijk onlangs door de politie gekraakt. Eerder lukte dat nog niet. De officier van justitie denkt dat de gegevens in die telefoons van belang kunnen zijn voor de strafzaak en wil extra tijd om ze nader te onderzoeken. De rechtbank geeft daar nu toestemming voor.

De advocaat van K. wil dat zijn cliënt zo snel mogelijk op vrije voeten komt, in afwachting van de uitkomsten van het onderzoek. "Zeker gezien ik verwacht dat het onderzoek geen drie maanden gaat duren, maar misschien wel drie keer zo lang."

Hij ziet de uitkomsten van het onderzoek naar de telefoons met vertrouwen tegemoet. "Het is allemaal in het voordeel van mijn cliënt." K. heeft nooit de inloggegevens van de telefoons aan de politie willen overhandigen. "Omdat we de regie zelf in handen willen houden", aldus de advocaat.

Explosie in flatwoning en vijftig omliggende woningen ontruimd

Op 11 september 2019 was er een explosie in de flatwoning en brak er brand uit. Bijna vijftig omliggende woningen moesten worden ontruimd. K., bewoner van de flat, werd later die nacht opgepakt.

Hij had brandwonden en rook sterk naar brand en bleek op de avond van de explosie benzine te hebben getankt in Cruquius. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) nam hij de brandstaf daarna mee naar huis om zijn vrouw en de woning in brand te steken.

Een dag later werd het lichaam van de vrouw van K. uit de woning gehaald. Pas een paar weken later kon haar identiteit worden vastgesteld. Ze bleek zeven maanden zwanger te zijn. Bij de sectie bleek dat ze met geweld om het leven was gebracht en al was overleden voordat de brand uitbrak. Ook was een brandbare stof op haar lichaam gevonden.

K. heeft drie kinderen met zijn vrouw. Zij waren ten tijde van de brand niet in de flatwoning aanwezig. Het stel had relationele problemen en K. heeft zich tijdens de inhoudelijke behandeling regelmatig beroepen op zijn zwijgrecht. Zijn advocaat heeft om vrijspraak gevraagd.