Het aantal zeehonden dat verstrengeld raakt in afval is de afgelopen elf jaar minstens verviervoudigd. Dat laten wetenschappers Zeehondencentrum Pieterburen, ASeal en Ecomare in samenwerking met het Max Planck Instituut in het wetenschappelijke tijdschrift “Oceans”.

Experts van de drie zeehondenopvangcentra in Nederland hebben in samenwerking met het Max Planck Instituut de data van strandingen van zeehonden over de afgelopen elf jaar geanalyseerd. Hieruit blijkt dat de laatste elf jaar het aantal zeehonden dat gewond raakt door plastic afval in zee sterk is toegenomen. Met name vanaf 2018 is er een sterke toename te zien. De grootste toename zit in het aantal dieren dat verstrikt raakt in afval. In geval van verstrikking snijdt het afval in op lichaamsdelen, zoals de nek of flappen, waarbij ernstige verwondingen kunnen ontstaan. In 88 procent van de gevallen ging het om afval afkomstig van de visserij.

Jonge dieren

40 procent van de aangetroffen zeehonden die op één of andere manier gewond waren geraakt door plastic afval, konden naar een opvangcentrum worden gebracht. Daarnaast was het in 28 procent van de gevallen mogelijk de dieren ter plaatse te bevrijden en in 20 procent van de gevallen onmogelijk bij de dieren te komen. In 10 procent van de gevallen waren de dieren al overleden. In al deze gevallen ging het met name (70 procent) om jonge dieren van minder dan 3 jaar oud. Bovendien ging het in de meeste gevallen (118 t.o.v. 27) om grijze zeehonden. Deze soort staat er om bekend zich wat nieuwsgieriger te gedragen dan de gewone zeehond. Met in dit geval als nadelig effect dat ze sneller in de problemen komen.

Opruimen

De publicatie onderstreept opnieuw het belang van een schone zee en een schoon kustgebied. Het Zeehondencentrum vraagt dan ook een ieder een steentje bij te dragen door iedere vorm van afval, hoe klein ook, van stranden op te ruimen. Mede daarom organiseert het centrum geregeld beach clean ups, al dan niet met publiek.