Het college van B&W van Groningen moet zich, samen met overheden uit Noord- en Oost-Nederland, hard maken voor het behoud van het kinderhartcentrum in het UMCG. De ChristenUnie dient woensdag namens de gehele gemeenteraad een motie in die het college daartoe oproept.

Minister Kuipers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport houdt vast aan het besluit van zijn voorganger, minister De Jonge, om de zorg voor patiënten met een aangeboren hartafwijking te concentreren in twee centra in Utrecht en Rotterdam. Dat betekent dat het centrum in Groningen zou moeten sluiten.

"Een zo goed mogelijk dekkend zorglandschap is essentieel voor goede en toegankelijke zorg voor álle Nederlanders. Het verzorgingsgebied van het UMCG voor deze groep patiënten strekt zich uit van Groningen tot aan Overijssel, en van Friesland tot aan de regio Oldenburg (Duitsland). Daarom snappen wij de keuze niet om deze zorg te concentreren in twee ziekenhuizen in de Randstad op relatief korte afstand van elkaar. De minister heeft daar geen argumentatie voor gegeven", aldus initiatiefnemer van de motie, Gerben Brandsema.

De ChristenUnie wijst erop dat de sluiting van het kinderhartcentrum ook gevolgen heeft voor andere complexe zorg in het UMCG, waarbij het UMCG voor sommige zorg het enige centrum in Nederland is dat deze uitvoert. Dit geldt bijvoorbeeld voor long-, hartlong-, en levertransplantaties bij kinderen. Ook dreigt bij sluiting het aantal kinder-IC bedden onder een kritische massa te zakken, waardoor de kinder-IC capaciteit kwetsbaar wordt op piekmomenten, zoals tijdens een uitbraak van het RS-virus.

Of het voorgenomen besluit van de minister definitief wordt is aan de Tweede Kamer. Deze vergadert 17 februari in een commissiedebat over de kwestie.