Kinderen van vijf tot zeven lopen door de achterstand in zwemlessen, door de coronmaatregelen, mogelijk meer risico op verdrinken. Uit onderzoek van het UMCG en Amsterdam UMC blijkt dat het aantal verdrinkingen de afgelopen tien jaar niet meer is gedaald. Kinderartsen roepen op om in de zomermaanden op het strand, bij plassen en bij meren extra alert te zijn op kinderen.

Het onderzoek geeft voor het eerst een beeld van het aantal bijna-verdrinkingen bij kinderen. "We zien dat het aantal verdrinkingen onder kinderen de afgelopen tien jaar niet is afgenomen, terwijl de decennia daarvoor wel sprake was van een dalende lijn", zegt inderarts-intensivist Joke Kieboom van het Beatrix Kinderziekenhuis van het UMCG. "Door de COVID-19-maatregelen vrezen we dat meer kinderen deze zomer risico lopen op verdrinking."

In de groep van nul tot tien jaar worden vaker bijna-verdrinkingen gerapporteerd dan bij volwassenen. "Het is wrang om te zeggen, maar wij kunnen de kinderen die na een bijna-verdrinking op de intensive care terechtkomen dikwijls niet meer beter maken, omdat de hersenen al te ernstig zijn beschadigd door het langdurige zuurstofgebrek", aldus Kieboom. "Sommige kinderen die uiteindelijk overleven, houden blijvend hersenletsel over".

Een op de zes kinderen die hulp nodig hebben na een verdrinkingsongeval, overlijdt aan de gevolgen hiervan. Bijna een op de drie kinderen komt na verdrinking terecht op de intensive care. Meer dan de helft van de kinderen die overlijden na verdrinking, sterft vóór aankomst in het ziekenhuis of op de afdeling spoedeisende hulp, omdat de reanimatie niet succesvol was.

Landelijk wordt vanuit het Nationaal Plan Zwemveiligheid gewerkt aan het reduceren van het aantal verdrinkingen. "De uitkomsten van het onderzoek van de kinderartsen onderstrepen het belang van een gezamenlijke aanpak van de zwemveiligheid", zegt Titus Visser, directeur Nationale Raad Zwemveiligheid. "We zetten ons in om het leed dat verdrinking jaarlijks veroorzaakt zoveel mogelijk te voorkomen."